Rudolf Agricola

'Een groot man aan de rand van de wereld'

De hiernaast weergegeven tekst is geschreven door  Christien Boomsma

Bron : Broerstraat 5,
Magazine voor Alummni van de Rijksuniversiteit Groningen
17e jaargang, nummer 3
 
  Dat hij een beroemde humanist was, dat weten we. En dat hij thuishoort in hetzelfde rijtje als Erasmus. Maar wat maakte Rodolphus Aqricola nu zo bijzonder? Wie was hij? RUG-wetenschappers Adrie van der Laan en Fokke Akkerman maakten een speciale uitgave van al zijn brieven. Het idee hiervoor ontstond in de tijd dat Van der Laan zijn promotie onderzoek verrichtte en Akkerman zijn copromotor was.

Wereldformaat
Het belang van Roelof Huisman uit Baflo, alias Rodolphus Agricola kan nauwelijks overschat worden. Hij was dé leidende humanist in het noorden in de vijftiende eeuw. Hij was de man die Groningen prestige heeft gegeven Hij vestigde een traditie van geleerdheid die uiteindelijk via Praedinius en Ubbo Emmius kon uitmonden in de stichting van de universiteit. Hij was en daar twijfelen de latinisten Fokke Akkerman en Adrie van der Laan geen moment over een gróót man.
Het spijt de twee wetenschappers, die in april de brieven van Agricola uitgaven, zichtbaar dat de geleerde zo jong is gestorven. Hij was 42 toen hij stierf aan een verwaarloosde leverkwaal in Heidelberg. 'Als Erasmus net zo lang had geleefd als hij, dan hadden we nooit van Erasmus gehoord,' zegt Akkerman vol overtuiging. En Van der Laan vult aan: 'Erasmus had op z’n tweeënveertigste nog nauwelijks iets gepubliceerd.'
Agricola was al veel eerder een wetenschapper van wereldformaat. Hij studeerde in Erfurt, Leuven en Pavia. En in 1476 hield hij de prestigieuze openingsrede van de universiteit van Ferrara in vloeiend Latijn. Iets wat Erasmus nooit zou aandurven, omdat hij bang was dat men hem zou uitlachen vanwege zijn accent. Agricola was een begaafd musicus, een virtuoos in de Latijnse taal, had een ongeëvenaarde kennis van de klassieken, dichtte en vertaalde werk van Griekse filosofen in het Latijn. Hij schreef in 1479 zijn grote werk De inventione dialectica, een logisch-filosofische verhandeling en verkeerde met de chic van Europa aan Italiaanse en Duitse vorstenhoven.
En dat voor de onechte zoon van een geestelijke uit Baflo. Het wekte verbazing in de intellectuele kringen waarin de humanist verkeerde, maar ze vergaapten zich ook aan hem en zijn fenomenale begaafdheid. ‘Zelf zei Agricola altijd: "Ik kom van de rand van de wereld, van de rand van de oceaan",’ zegt Van der Laan. Maar uit Agricola’s brieven rijst niet alléén een briljante wetenschapper op. De ruim vijftig brieven, waarvan de meeste geschreven zijn door Agricola en enkele aan hem, laten ook een gewoon mens zien. Een man in al zijn facetten. ‘Dat is juist het boeiende aan de brieven’, zegt Van der Laan. ‘Je leert hem kennen in zijn sociale omgang met mensen, zijn verhouding tot zijn familie, of in de liefde.’ Zo schrijft Agricola regelmatig naar zijn broer, met wie hij een hechte band had. Zijn halfbroer eigenlijk, want Agricola’s moeder trouwde niet met zijn vader, maar met een andere man. Zijn andere halfbroer wilde niet ‘deugen’, vertelt Akkerman. ‘Die ging ervandoor met geld uit de armenkas die zijn vader beheerde. En later, toen Agricola van Groningen naar Heidelberg vertrok, ging zijn broer daar alvast heen om te profiteren van Agricola's faam. Toen deze daarvan hoorde is hij zelf versneld afgereisd om te voorkomen dat zijn broer zijn reputatie zou bezoedelen.’

Ontrouw
En ten slotte zijn er de vrouwen uit het leven van Agricola. Toen hij stads-secretaris was had hij een vriendin in Groningen. Na een bezoekje aan Heidelberg bleek ze getrouwd. ‘Mijn bezoek is me duur te staan gekomen,’ schreef Agricola aan de vrienden die hem hadden uitgenodigd. ‘Maar nu weet ik wat ontrouw betekent.’ Later meldde hij dat hij zichzelf niet geschikt achtte voor het huwelijk. ‘De geringste huiselijke beslommering kan ik niet aan,’ citeert Akkerman hem.
Al die brieven zijn geschreven in een prachtige vorm van Latijn. Deze humanist beheerste de taal als geen ander. In tegenstelling tot de briefschrijvers van de middeleeuwen, stemde Agricola zijn taalgebruik af op de geadresseerde. ‘Als hij aan de bisschop van Worms schreef, een oude studievriend van hem, dan schrijft hij met veel allure,’ zegt Van der Laan. ‘Hij schrijft formeel, met veel krullen en maakt zinnen van vijf regels. De bisschop stond sociaal vér boven hem.’ Maar als hij aan zijn familie schrijft en bijvoorbeeld informeert naar het welbevinden van zijn zuster, dan zijn de zinnen kort en eenvoudig.’
In 1485 stierf de humanist, na een bezoek aan Rome waar een nieuwe paus werd ingehuldigd. Op de terugweg naar Heidelberg kreeg hij last van zijn lever. En ondanks een lange rustperiode, bleek de reis na aankomst in de universiteitsstad te veel geweest. ‘Het is zó jammer,’ zegt Van der Laan. 'In Heidelberg wilde hij Hebreeuws gaan leren. Hij wilde een nieuwe bijbelvertaling maken, iets wat Erasmus later wél heeft gedaan, maar Agricola is er nooit aan toe gekomen.’