Wandelvakantie

Je kunt de zee niet oversteken door alleen naar het water te staren.

Dag 91:

We zorgen dat we weer vroeg op de fiets zitten. De klim van gisteren heeft ons bijna boven gebracht, dus we beginnen met een gemakkelijke afdaling. De weg is net opnieuw geasfalteerd dus we zoeven naar beneden. Het compenseert een klein beetje het slechte wegdek dat we een groot deel van de rest van de dag hebben.

In Pelehustan slaan we af naar links. We zitten hier in niemandsland dat we doorkruisen via een oud weggetje dat naar een groeve toe leidde. Erg rustig maar ook erg slecht wegdek. We klimmen stuiterend weer naar 900 meter en dalen dan weer een stuk met ingeknepen remmen en aangeknepen billen. Het is vandaag weer warm maar we hebben veel schaduw van de bossen waar we doorheen fietsen. Daarnaast houden we vandaag verschillende keren het t-shirt onder de kraan. Door de verdamping van het water koel je zo een paar graden af. In dit gebied zien we veel steengroeves waar enorme hoeveelheden marmer klaar liggen. Zou iemand dat nog gaan kopen?

Afgezien van het klimmen, dalen en de fraaie landschappelijke uitzichten gebeurt er vandaag niet zoveel. Zo komen we redelijk op tijd bij Pelayos de la Presa aan. Daar zitten twee campings. Camping la Infermeria, die niet zo goed uit de recensies komt maar aan de route ligt en camping La Ardilla Rojo waar we weer honderd meter voor moeten klimmen maar beter schijnt te zijn. We gaan eerst voor de camping aan de route. Die lijkt gesloten te zijn maar als we er staan komt er iemand aan die er tuinwerk doet. Die belt iemand die ons te woord staat, maar op zijn beurt ook weer iemand anders moet opbellen om te vragen of we er kunnen staan. Dat kan en het kost €18. Dat is wel prijzig voor een camping zonder voorzieningen (want alles is dicht) maar hij laat ons een plekje in de schaduw zien dus we zijn al snel verkocht. We lijken weer een van de weinige gasten te zijn maar later op de dag komt er toch van alles aan vaste gasten binnen. Wij brengen de middag in de schaduw door en dat blijkt toch prettiger te zijn dan in de zon op de weg.

Dag 92:

Vandaag staan er maar 45 kilometers op het programma. Dat lijkt weinig, maar we zijn er wel de hele dag mee bezig. Klimmen in de zon is niet fijn. Maar klimmen door een rivierbedding is ook geen feest. En dat is wat we vandaag meerdere keren moeten doen.

De route leidt ons vandaag eerst een stukje over een via verde langs de Rio Alberche. Zo in het ochtendlicht, ligt het er als een plaatje bij. Het is helaas maar een kort stukje en dan moeten we over een keienpad weer uit het dal omhoog zien te komen. De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.

Gelukkig hebben we daarna weer asfalt en via Navas del Rey, Chaperia, Colomar de Arroyo en Fresnedillas de la Olivia gaan we richting El Escorial. Hiervoor moeten we klimmen naar 1100 meter. Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten. Hier is niet te fietsen, zelfs niet door ons en zeker niet met 25 kilo bagage. Ook hier loop ik weer hele stukken. Het lijkt wel een wandelvakantie. Door deze ontberingen vergeten we haast naar het landschap te kijken. Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is. En dat scheelt een hoop. Hier ronden we ook het eerste deel van de Ruta Iberica (en dat is voor ons het tweede boekje) af.

El Escorial is bijzonder. Waar vind je een gebouw met 4000 (!) slaapkamers? We zien het van buiten want we zijn er in 2001 al geweest toen ik een half jaar in Madrid werkte. We willen liever naar de camping om uit te rusten. Iets voorbij El Escorial is een grote familiecamping met zwembaden en alle toeters en bellen. De prijs is er ook naar want niet eerder betaalde ik €28 voor een nachtje kamperen. Wat voor ze pleit is dat ze nog een (ruim) tentenveld hebben. In deze tijd waarin haast niemand meer met de tent kampeert, is dat bijzonder. En er staan zowaar een aantal tenten. Allemaal Spanjaarden, we komen hier nauwelijks toeristen tegen. We komen ook geen fietsreizigers tegen. Af en toe een wielrenner maar niemand met tassen. Blijkbaar zijn wij de enige gekken die dit in de zomer doen.

Minpunt is wel dat ik mijn waslijn vergeten ben bij de vorige camping en dat is een groot gemis. Meestal is het eerste wat ik doe; na aankomst de waslijn ophangen zodat mijn kleding kan uitwaaien en drogen na het wassen. Het voelt alsof ik mijn kind vergeten ben op de parkeerplaats. Maar zo snel mogelijk op zoek naar een ander kind. In de super hebben we een fles sangria gekocht. En bij de bar kan ik een zak met ijsklontjes kopen. Die twee samen blijkt een gouden combinatie die ons de middag en avond doorhelpt.

Dag 93:

De enige manier om de camping te bereiken was via een drukke weg. En dat is ook de enige manier om er weer weg te komen. We bijten op onze tanden en gaan over een smal strookje, naast de auto’s, richting Guadarrama. Gelukkig hebben de automobilisten in Spanje het beter voor met fietsers dan in Portugal. Ze nemen de tijd, gaan met een ruime boog om je heen en vaak krijg je ook nog een duim omhoog.

In de route van vandaag zit de hoogste top. Dat is de Puerto de Navacerrada met 1860 meter. Op de camping zitten we op ongeveer 1000 meter. Cercedilla ligt op ongeveer 1200 meter. Vanaf daar klim je naar de Puerto de Navacerrada. En dan daal je weer af naar Segovia, wat weer op 1000 meter ligt. Dus 800 meter klimmen en 800 meter dalen. Maar… er zijn ook andere mogelijkheden.

Je kunt in Cercedilla de trein pakken naar Segovia. Die gaat door de tunnel en dan sla je de klim en de afdaling over. Er is ook een smalspoorlijntje dat je boven naar de pas brengt. Het is daar een wintersport gebied, maar in de zomer rijdt dit treintje ook een paar keer per dag. Dan heb je niet de klim, maar wel de afdaling. En dat is precies wat we doen. We zijn op tijd om de eerste rit van 9:35 te halen. Voor €9,20 p.p. zijn we in een half uurtje boven. En dan hebben we een heerlijke afdaling. Helaas zonder uitzichten want er staan overal hoge bomen langs de weg, maar als je een fietser bent, weet je dat de afdaling het uiterste genot is. Zelfs zonder uitzicht.

In de afdaling komen we langs La Granja de San Ildefonso. Heel vroeger stond hier een jachthut, gewijd aan Sint Aldefonsus, voor de koningen. Deze werd in beheer gegeven aan de monniken die hier een boerderij (granje) stichten (vandaar de naam). Daarna liet koning Felipe V hier een soort van Versailles bouwen met prachtige romantische tuinen die je gezien moet hebben. Dat willen we graag doen maar de bewaking daar is allergisch voor fietsen. Nadat we eerst ruzie krijgen met een suppoost, worden we even later nagefloten door een bewaker. Met net zo’n fluitje als de veldwachter ongeveer 100 jaar geleden in Nederland had. Kortom, we worden min of meer het dorp uitgejaagd.  Zodra het woord ‘romantisch’ op de proppen komt is Mevr. van der Veeke niet te stuiten. Ik pas dus op de fietsen terwijl zij toch een kijkje gaat nemen. De tuinen zijn mooi maar de fonteinen staan in de zomer allemaal uit en daardoor mist het toch een beetje het sprankelende.

Hierna dalen we door naar Segovia. De camping zit voor het dorp en we vinden een prachtig plekje. We besluiten hier een dag extra te blijven om Segovia beter te kunnen bekijken.

Dag 94:

Het is twintig graden kouder dan een paar dagen geleden. Het lijkt alsof we in een ander landschap en een ander weertype zijn gekomen door het passeren van de berg. Vandaag is bewolkt, het regent zelfs even. Prima weer om een stad te bezoeken.

Segovia wordt gezien als een van de mooiste steden van Spanje. En na er geweest te zijn, kan ik dat alleen maar beamen. Er is heel veel gerestaureerd, eigenlijk is elke straat mooi. Er is een bijzonder viaduct, een sprookjes kasteel en mooie kerken. En veel huizen hebben een sjiek patroon in de muren. Er is één ding wat niet voor hun spreekt en dat is het streekgerecht. Dat bestaat uit compleet geroosterde baby-varkentje (conchinillo asado). Op de plaatjes ziet het er erg zielig uit. De bedoeling is dat je het geroosterde beest opensnijdt, opeet en daarna het bord stukgooit.

Segovia is wederom Unesco werelderfgoed en het is een mythische stad. Er wordt gefluisterd dat hij gesticht is door de god Hercules of de zoon van Noah (je weet wel van die klimaatverandering een tijd geleden). De stad bestond al toen Jezus op aarde rondliep. Eerst Romeins, later zaten de Moren hier totdat ze in de 10e eeuw eruit gegooid werden. In de middeleeuwen was het populair bij de adel  en daarna vergeten totdat in 1960 het toeristenbureau een campagne startte. En terecht want er is veel moois te zien.

Allereerst natuurlijk het aquaduct dat dwars door de stad loopt. Gebouwd in de eerste eeuw door de Romeinen. Een kunststukje met 20.000 stenen en geen druppel cement. Met 163 bogen en 28 meter hoog zorgde het voor de aanvoer van water in de stad.

Alcazar is van een andere orde. Gelegen aan de rand van de stad, is het een sprookjes kasteel met Arabische invloeden. De naam komt van het Arabische All -qasr (fort). De fundamenten staat er al in de Romeinse tijd en in de 13e-14e eeuw is het herbouwd. Helaas compleet afgefakkeld in 1962 en toen weer opnieuw gebouwd, met een beetje extra. Mocht je een Disney-fan zijn en het komt je bekend voor, dan komt dat omdat het model stond voor kasteel van ‘de schone slaapster’ in Orlando.

De kathedraal is ook prachtig, alleen al van buiten. We gaan er niet in want we hebben inmiddels zoveel kerken gezien. Ze hebben er 200 jaar over gedaan en van binnen zijn er 20 kapellen.

Verder struinen we nog wat door deze, best grote, stad waarbij we nog wat van de bezienswaardigheden bekijken. Het is gewoon een fijne stad om in te zijn omdat alles zo opgeruimd, mooi en gerestaureerd is. Kortom, de moeite waard om een keer te bezoeken.

10 thoughts on “Wandelvakantie

  1. Liedeke says:

    Met weer prachtige foto’s! Geen wonder dat er weinig andere fietsers zijn… Ik lees in de uitleg van de route dat deze in juli en augustus te heet is…;) jullie doen het toch maar even! Wij hebben vandaag 40 km gefietst in het vlakke Nederland met jullie prestaties in het achterhoofd.

    • hansvanderveeke says:

      Wat mooi dat we jullie inspireren. En ik zie jullie ook nog wel eens op (korte) fietsvakantie gaan hoor. Je maakt steeds meer kilometers.

  2. willem says:

    Ongelofelijk het fietsen over die slechte wegen. Het valt mij mee dat ik niet meer lees over lekke banden. We hebben hier in nederland op dit moment een aardig idee wat het is om te fietsen in die hitte. Ik betrap mij er zelf op dat ik soms de auto neem voor een klein boodschapje.

  3. Gert says:

    Mogelijke Typo: “Het enige positieve is dat het weer vandaar een paar graden koeler is” vandaaR zou volgens mij vandaaG moeten zijn.

  4. Gert says:

    Ik had dit graag verder uitgewerkt gezien: “De enige manier is lopen en duwen en dit nekt Mevr. van der Veeke voor de rest van de dag.” Het past namelijk niet in mijn beeld van de “onverwoestbare” Saskia.

  5. Jan Veerbeek says:

    Buenos Dias Hans en Saskia,
    Met veel belangstelling volg ik jullie queeste.
    De Ruta Iberica heeft daarbij mijn bijzondere aandacht. In 2017 eind mei / begin juni fietste ik deze evenals jullie van Lissabon naar het noorden.
    Sommige verzuchtingen over het wegdek zijn herkenbaar. Zoals deze vlak voor El Escorial ”Het eerste deel gaat prima maar in het laatste stuk voor El Escorial lijken we wel in een rivierbedding te zitten” . Maar ja, had je deze ”bedding” niet genomen maar het alternatief dan had je het zicht van bovenaf op El Escorial gemist.
    Maar het landschap is prachtig!
    Veel plezier verder. Geniet!
    Jan (Hilver)

      • Jan Veerbeek says:

        Nee, ik zie in mijn aantekeningen geen opvallende bijzonderheden staan, behalve dan dat ik heb genoten.
        In mijn herinnering was de kwaliteit van het wegdek van Segovia naar het noorden beter dan in het gedeelte dat jullie achter de rug hebben. Daarbij heb ik wel van Merida naar Guadalupe het alternatief via Trujlllo genomen en dus een stuk Via Verde heb gemist. Jullie waren daar niet al te enthousiast over het wegdek.
        Vervolgens moet ik opmerken dat ik het stuk van Almazan naar Zaragoza met de trein heb gedaan i.v.m. het vele onweer dat werd verwacht.
        Voor de beklimming van de Col du Pourtalet van Biescas naar Laruns heb ik destijds een dag uitgetrokken. Op zich een klim die goed te doen was. Maar ja, jullie hebben al heel wat kilometers en hoogtemeters in de benen 🙂

        Veel plezier verder.

        Jan

Leuk als je reageert