De best verborgen schatten van Nederland (23)

Maandag 22 juni 2020

Ook deze post-corona-lockdown willen we graag weer op stap. Daarom begin ik zo langzamerhand weer meerdaagse fietstochtjes en Pieterpad wandelingen te plannen. Maar het vrije gevoel is er wel een beetje af. Kon je vroeger, als fietser, altijd zo bij een camping komen aanwaaien, dat is nu voorbij. Trekkersveldjes zijn gesloten en, omdat half Nederland nu op vakantie gaat in eigen land, moet je tegenwoordig je plek van te voren boeken. Ik heb dat dan ook gedaan en daardoor verandert het karakter van de tocht wel. In plaats van een trektocht, wordt het nu meer een standplaatstocht. Maar goed, het zij zo. We genieten er niet minder om en in de kop van Noord-Holland en Texel plan ik twee fietstochten waarbij we ons in Rusland, India en op Paaseiland wanen en langs een aantal mooie verborgen schatten komen.

Kerk Andijk

Stel dat je in Andijk woont en gereformeerd bent. Je gaat naar een houten kerk op palen die bij storm staat te schudden in de wind. Met de bollen heb je een hoop geld verdiend en het steekt je dat de katholieke kerk in het aanpalende dorp Wervershoof veel groter en mooier is.
Dan stap je over de zonde van hoogmoed heen en huur je de bekende Groninger architect Egbert Reitsma in. Die laat je een gebouw neerzetten waar niemand omheen kan. Veel bakstenen, veel glas in lood en veel expressieve driehoeken. Volgens sommigen het hoogtepunt van kerkbouw in de expressionistische bouwtrant van de Amsterdams school.

De toren moet een inspiratie zijn geweest voor de NASA die vervolgens zijn raketten op dezelfde manier ontwerpt. Het is een joekel van een kerk die degelijkheid  uitstraalt. Er kunnen 1200 mensen in en met name de binnenkant is prachtig door zijn ruimte met paraboolvormig gewelf. Helaas is de kerk gesloten (wat is dat toch met de gastvrijheid van God?) maar het schijnt er ook erg kleurig te zijn. Een aantal jaren na de bouw vond men dit iets vrij en werd alles met bruin overgeschilderd. Gelukkig kwam men later weer tot inkeer en nu zijn de oude kleuren hersteld. Je kunt hier een indruk krijgen van die binnenkant.

Nog wat andere feitjes; de kerk is in 1929-1930 gebouwd. Hij staat op 275 palen van 14 meter. Hiervan zitten er 56 onder de toren die 45 meter hoog is. Ook toen al was financiële planning een puinhoop. In plaats van de geschatte 125.000 gulden, werd het 185.000 gulden. Meer informatie kun je op Wikipedia vinden.

De kerk van Andijk ligt iets buiten de route en we komen er met de auto langs. Voor de volgende schatten heb ik een fietsrondje gepland. Dat is toch de mooiste manier om ze te bezoeken.

We fietsen eerst naar Winkel (de eerste winkel in Winkel die we zien heet geen winkel maar shop) om gelijk in de prijzen te vallen.

Dinsdag 23 juni 2020
76 km

Het Nederlands Kremlin

Toen Ger Leegwater op 40-jarige leeftijd gescheiden was, begon hij zich te vervelen. Hij kocht een stukje land in de buurt van Winkel en begon te bouwen met materialen die hij her en der vond. Het werd een obsessie en nu, 35 jaar later, staan er een paar bijzondere gebouwen in de polder en waan je je in Rusland.

Het is een privé-tuin dus ook de bezichtiging is op afspraak. Ik heb al wat heen en weer zitten mailen maar het is niet gelukt om tot een afspraak te komen. Als we er zijn, staat er op grote borden dat het gesloten is. Maar het hek staat open en ik kan het niet nalaten om naar binnen te lopen. In de schuur annex smederij vind ik een man. Onder de spinnenwebben, vlekken op zijn kleren en bezig met wat ijzer. Het blijkt Ger te zijn. Nadat ik een bijdrage doe voor de broodnodige materialen verandert alles en kunnen we gewoon de tuin in.

Het is lastig om geen sympathie voor Ger te voelen. Een bijzondere man die over van alles (dikke vrouwen, schoonfamilie, Italiaanse kunst, de Coronacrisis en Griekse mythologie) een mening heeft. Zijn passie is het bouwen van dit soort follies. Hij staat blij op als hij weer aan een torentje mag werken. Dat hij een bijzondere man is en ten volle geniet van  het leven is aan zijn filmpjes te zien die hij met zijn vrouw maakt. En zoals hij in de filmpjes is, zo is hij ook in het echt.

Het helpt dat hij vroeger smid is geweest. Hij kent de materialen en weet hoe ze vervormd kunnen worden. Zo klust hij dag-in, dag-uit aan zijn creaties. Vaak figuren uit de (Griekse) mythologie. Een van zijn opmerkelijkste uitspraken is; ‘Ik heb helemaal geen tijd om dood te gaan, dit moet eerst af.’ Hij heeft een uitgebreide site met informatie, foto’s, filmpjes en interviews. Andere informatie vind je hier. Gewoon een keer langs gaan. En ook al is hij niet open, vanaf de weg er omheen is ook genoeg te zien.

Hierna fietsen we door naar Kolhorn. Het landschap doet denken aan Noord-Groningen maar is toch anders. Enerzijds is er de leegte en de weidse uitzichten. Anderzijds zie je in Groningen weinig stolpboerderijen en fiets je niet op dijkjes. We hebben er prachtig weer bij en genieten met straaltjes.

Kolhorn

Rik Zaal roemt Kolhorn om zijn prachtige straatjes. Het dorpje, uit de veertiende eeuw, heeft geen bezienswaardigheden maar het is zelf de bezienswaardigheid. Aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht. We naderen het via de ringdijk waardoor je het in de diepte ziet liggen. Het heeft inderdaad een paar schattige straatjes maar het grootste deel van het dorp is niet bijster interessante nieuwbouw. Is het de moeite waard? Dat mag je zelf beoordelen aan de foto’s. De leuke straatjes zijn overigens alleen lopend te bereiken. Wat ik nog het meest bijzonder vind is dat het tot 1844 aan de Zuiderzee lag. Nu lijkt het pal midden in Noord-Holland te liggen. Het IJsselmeer is 15 kilometer verderop. Wikipedia heeft een pagina over Kolhorn.

Kapel bij Keins

Iets boven Schagen ligt het gehucht Keins. In de 15e eeuw spoelden hier de golven nog tegen de dijk en een van de dingen die het meenam was een Mariabeeldje. Waar kwam dat beeld vandaan? Het spannende verhaal is dat het met een kanonskogel van een Portugees schip is afgeschoten. Aannemelijker is dat het van het Portugese schip Ariadne is afgeslagen toen het voor het Vlie was verongelukt. Ze maken het beeld schoon in een put en vanaf die tijd gebeuren hier wonderen met het water uit de put. Er wordt een kapelletje voor gebouwd en dat trekt mensen:

Wonderbare gunsten waren het loon deze devotie, en deden weldra ganse scharen van gelovigen toevloeien om er hunne noodwendigheden aan de ‘Troosteres der bedrukten’ te openbaren.

In de reformatie (1586) wordt de kapel vernield door de woesteling Taet Gerritszen en het beeld verdwijnt. Bijna 350 jaar (1930) later komt hetzelfde beeldje ineens weer boven water (deze keer figuurlijk bedoeld). Het wordt gevonden in een sloot in de Wieringermeer. Een waarlijk mysterie. Wat is er in de tussentijd gebeurd met het beeld? Tijdelijk in een zwart gat verdwenen? Je zou er een boek over kunnen schrijven.Er wordt een nieuwe kapel gebouwd met een replica van dit beeld. En daar zitten we nu naar te kijken.

En de put is er ook nog. Weliswaar afgesloten maar er staat in de kerk een emmertje met wonderwater. Zoals gewoonlijk smeer ik wat op mijn rug want je weet maar nooit. En ook deze keer wordt ik teleurgesteld.

Maar het verhaal is nog niet klaar. In een visioen ziet wichelroedeloper Wigbolt Vleer dat hij naar Keins moet. Op de Afsluitdijk begint zijn wichelroede al te trillen en bij Keins slaat de roede helemaal op hol. Het blijkt dat Keins op de Michaëlslijn ligt. Deze zogenaamde leylijn loopt van Santiago de Compostela, via Carnac en Le Mont Saint Michel, naar Hargen en de Keins en verder naar Oosterland op Wieringen, Harlingen en Wijnaldum, Sylt en Stockholm om vervolgens 4000 km van zijn beginpunt te eindigen in Archangelsk. Op leylijnen ervaart men de positieve kracht en kalmerende werking van aardstralen. Vandaar dat het plekje bij de put een weldadige rust uitstraalt. Het kan niet op want in totaal werden vanuit de put 132 leylijnen aangetroffen. Hiermee is de waterput op de Keins het sterkste leycentrum van Nederland. Mijn telefoon begint spontaan op te laden en we besluiten onszelf ook te regenereren met een bammetje bij de put. Geheel verfrist, uitgerust en opgeladen kunnen we verder.

Hierna moeten we een lang stuk overbruggen. Het is heerlijk om weer te fietsen. De zon schijnt, we hebben de wind in de rug en het landschap is aangenaam. Onderweg doen we nog de nodige caches en zo naderen we ongemerkt Medemblik. Daar is het druk en omdat de brug eruit ligt, moeten we een stuk omfietsen om bij Kasteel Radboud te komen. Dat is niet erg want zo zien we ook nog wat van Medemblik.

Kasteel Radboud

In Coronatijd kun je ook niet zomaar een museum binnenlopen. Er moet gereserveerd worden. Gelukkig kan dat een half uurtje van tevoren. Dat reserveren heeft ook voordelen. Stonden de andere bezoekers vroeger op je tenen, nu kun je alleen door het kasteel dwalen. Het kasteel, uit 1288, staat aan de oostkant van de ingang van de haven. Het is een van de kastelen die Floris V liet bouwen om de west-Friezen onder de duim te kunnen houden. Officieel heet het kasteel Medemblik maar de legende is dat het gebouwd is op de funderingen van de burcht van koning Radboud van de Friezen, die volgens de Divisiekroniek (1517) van Cornelius Aurelius in Medemblik zijn koninklijk woonstede zou hebben gehad.

Al in de 16e eeuw verloor het zijn functie en verviel daarna compleet. Er heeft ook nooit een adellijk geslacht gewoond om het onderhoud te kunnen en willen doen. In de 19e eeuw is het weer opgeknapt en nu is het eigendom van de Nationale Monumentenorganisatie. Interessant feitje is dat vlak voor de Tweede Wereldoorlog de Nachtwacht hier een tijdje veilig heeft gestaan.
We kunnen rustig alles bekijken. Je kunt goed zien dat het later opnieuw opgebouwd is. Het is veel te netjes en modern. Daardoor mis ik een beetje het ruige kasteel gevoel. Er staan wat harnassen en op zolder is een tentoonstelling van piraten en plunderaars. Je krijgt een audiotour mee met veel informatie. Voor informatie en het boeken van je bezoek kun je terecht op de website.

Tegen de wind in fietsen we het stuk terug naar de camping. We hebben daarvoor een mooie route die grotendeels over een steenslagpad door de velden en natuurgebieden loopt. Compleet met uitkijktorens.

We hebben een mooi schaduwplekje op de camping en de luxe van de auto. In de super hebben we voor €0,65 een zak ijsblokjes gekocht en daardoor heb ik zelfs koud bier. Het lijkt wel even vakantie.

Woensdag 24 juni 2020
21 km

De volgende dag verkassen we richting Den Helder. Alle boerderijen langs de duinen lijken wel een camping te zijn geworden. We vinden een kleintje iets boven Julianadorp. Vanuit hier doen we eerst een fietstocht naar Den Helder om de Lange Jaap en de hindoetempel te bekijken. In Den Helder heb ik als kind gewoond. Ik was te klein om daar wat van te herinneren maar we gaan toch even kijken of het huis er nog staat.

Lange Jaap

Door de duinen loopt de LF1 fietsroute. Al snel zien we de Lange Jaap opdoemen in de verte. Ik ben gek op vuurtorens, het symbool van de zee en met zijn rode kleur een archetype vuurtoren.

Lange Jaap is ontworpen door vuurtorenkeizer Quirinus Harder en in 1877/1878 gebouwd uit 1088 gietijzeren platen (506 ton) die met bouten aan elkaar bevestigd zijn.  Het is, met zijn 55 meter, de hoogste, nog werkende, vuurtoren van Nederland (een tijdje was dat deze). In eerste instantie werd het licht gegenereerd door olielampen (Argands) voor een stilstaande lens. In 1903 werd er een draaiend lenzenstelsel van gemaakt dat dreef in een bak met kwik. Bij een harde storm schudt de toren heen en weer en spat het kwik in het rond. Geen fijne werkomgeving. De twee schitteringen in tien seconden waren op 36 km afstand te zien.

In 1942 werd het licht elektrisch. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren onklaar gemaakt. In 1945 kwam er noodverlichting en in 1949 een nieuw lenzenstelsel met vier schitteringen in 20 seconden. Waarom dit anders is dan twee schitteringen in tien seconden is me niet duidelijk. Pas in 1965 is de kwikbak vervangen door een kogellager. Het licht van de vuurtoren is op 54 kilometer afstand te zien en de toren werd in 1988 een rijksmonument.

Langs de noordzee fietsen we verder naar Den Helder. Het is inmiddels heet en druk. Van de Corona is weinig te merken. In de stad is het even zoeken naar mijn voormalig woonhuis. Inmiddels is de nummering veranderd maar uiteindelijk vind ik het terug. Samen met wat herinneringen. We eten een ijsje en gaan weer op pad.

Hindoetempel Den Helder

Als je het niet weet, dan is hij nauwelijks te vinden. En je komt er ook niet toevallig langs. In een woonwijk, tussen scholen en kantoren staat een kleurig gebouw. In Den Helder was altijd al een hindoetempel. Pas in 2013 kreeg het er een kleurige toren (‘Raja Gopuram’) bij. Vijftien Indiase en acht Sri Lankaanse kunstschilders zijn hier een tijd mee bezig geweest. De motieven moeten bewoners beschermen tegen kwaad. Ze hebben er een mooie locatie voor een feestje van gemaakt..

Het grootste deel van de dag (08:00–10:00, 11:30–13:30, 18:00–20:00) kun je hem bezoeken mits je een dag de spare-ribs en de hamburgers laat staan en je op blote voeten gaat. Natuurlijk weten wij het zo weer te plannen dat hij dicht is. Bijzonder om zoiets in Nederland te zien. De kleuren doen me beseffen dat we eigenlijk maar een grauw volkje zijn. Meer informatie hier.

De rest van de dag brengen we door op het strand. Het is bakken en braden daar. We hebben geen zwemkleding mee en gelukkig zit het FKK gedeelte naast de strandtoegang.

Donderdag 25 juni 2020
76 km

De volgende dag pakken we vroeg in en zorgen we dat we de boot van half negen hebben. In dit seizoen gaat de boot één keer per uur. Op het halve uur vanaf Den Helder en op het hele uur vanaf Texel. De Soepboermaffia heeft hier nog geen invloed op de prijzen. We kunnen voor het belachelijk lage bedrag van €5 oversteken, inclusief de fiets. Wel moeten we een mondkapje op.

Rik Zaal is redelijk lyrisch over Texel. Hij noemt het natuurwonder de Slufter, de Eierlandse duinen en de brede zandstranden. We gaan dat allemaal zien en meer. Na aankomst op Texel (waarom zeggen we eigenlijk op Texel maar in Groningen?) is het ’t gemakkelijkst om de Waddenkant te pakken (dus tegen de klok in). Hier zoeken we eerst een plekje voor het uitgestelde ontbijt. Het begint al warm te worden. Daarna zoeken we de eerste verborgen schat van de dag op.

Fort de Schans

Dit fort is in 1574 aangelegd. In die tijd was hier nog de buitengaatse ankerplaats van de Rede van Texel en die moest hij beschermen. Later groeide de schans uit naar een waar fort waar zelfs Napoleon aandacht voor had. Sterker, hij is er in eigen persoon geweest in 1811 en laat twee steunforten bouwen. Na de Franse tijd begint het verval en in 1930 graaft men een stuk af voor dijkverzwaringen. Eind jaren negentig neemt natuurmonumenten de restanten over en dit is wat er nu nog van overgebleven is. Wat begroeide heuvels en een kanon. We struinen wat rond. Omdat er inmiddels een grote dijk voor ligt, vind ik het moeilijk voor te stellen hoe het geweest is.

We blijven de dijk volgen en fietsen zo naar de noordkant van het eiland. Soms met de blik op de Waddenzee en soms naar het binnenland. Van alle Waddeneilanden geeft Texel me het minst het gevoel op een eiland te zijn omdat het zo groot is.

Bij de Schicht staan we even stil. Dit is het monument voor de versterkte zeedijken. Als je goed kijkt, zie je hun contouren in het monument. Bovenaan Texel ligt Cocksdorp. We zien het alleen uit de verte omdat we via de vuurtoren willen gaan. Hier is het druk. Veel fietsers, maar ook veel auto’s. Het lijkt wel of iedereen hier naar het strand wil. Wij fietsen een beetje verder en gaan bij paal 28 het strand op. Zo zien we meteen een stukje van de Eijerlandse duinen.

We verlaten het strand en gaan meer richting het binnenland. Hierbij komen we langs het duingebied van de Slufter. Het is een door duinen omsloten strandvlakte die in verbinding staat met de zee waardoor de invloed van eb en vloed aanwezig is. Hierdoor ontstaat een kwelderlandschap. De slufter is eigenlijk de naam van de kreek/kreken die door het gebied stromen. Tegenwoordig wordt ook op andere plaatsen van slufters en sluftervorming gesproken om door de duinen ingesnoerde strandvlaktes aan te duiden, waar de invloed van eb en vloed aanwezig is. Het zijn toponiemen; ze zijn afgeleid van De Slufter op Texel.
Je kunt er niet met de fiets doorheen maar je kunt er wel goed wandelen. Voor ons is het te heet en we hebben nog twee missies op het programma.

De Slufter.

De Moai van Texel

Het zijn inmiddels tropische temperaturen waarbij we ons in Spanje wanen. We fietsen naar de Eilandgalerij, vlakbij het vliegveld. Hier staat een heel speciaal beeld.

In 1721 vertrekken drie schepen vanuit de rede van Texel om het onbekende Zuidland te vinden. Dat vinden ze niet maar wel een onbekend bewoond eiland. En omdat het Pasen is, noemt Jacob Roggeveen het ‘Paascheyland’. Wij kennen het van de enorme stenen hoofden die lijken te horen bij enorme ingegraven lijven. Ze worden Moai genoemd.

In 1972 zoeken de bewoners van Paaseiland al contact met Texel. Het ligt dan wat gevoelig omdat Paaseiland nog bij Chili hoort. In de jaren negentig wordt dit contact vernieuwd door de Texelse kunstenaar Niek Welboren. Dit heeft als resultaat dat een van de beste beeldhouwers van Paaseiland, Bene Aukara Tuki Pate, naar Texel komt. Daar staat een stuk tufsteen van 6000 kilo gereed. Als de kunstenaar klaar is, staat op Texel ook een Moai. Hij heet de dromer van Rapa Nui. Zijn kijkrichting is de plek waar zijn broeders staan. Een prachtig beeld.

De galerij hoeft niet open te zijn om het beeld te bezoeken. Het staat gewoon voor de deur. Maar als de galerij wel open is, dan heb je een bonus. Binnen hangen veel tekeningen en schilderijen en staan er beelden. Het is een oud schooltje en een klaslokaal is nog authentiek ingericht. Heerlijk om even terug te keren naar je jeugd. Maar het mooiste is de serene tuin met prachtige beelden. Een oase van rust. Hier moeten wel leylijnen lopen, zo inspirerend is het. Meer informatie over de galerij vind je hier.

De kemphaan

In het gidsje van Natuurmonumenten lees ik dat er op Texel een speciaal soort molentjes staan. Dit zijn volledig houten wipwatermolentjes. Bij een wipmolen is het hele bovenhuis met staart draaibaar. Bijzonder is dat deze niet gebruikt worden om water uit de polder te krijgen maar om water in de polder te krijgen zodat het een waterreservaat voor vogels kan worden. De molen waar we gaan kijken heet de Kemphaan. Deze molen is bij de bouw in 1934 uitgerust met stroomlijnwieken, een met de hand omklapbare staart, een houten vijzel en een achtkantige toren. In 1957 krijgt de molen een nieuwe vierkante toren en een vaste staart. Een jaar later is het gestroomlijnde wiekenkruis vervangen door langere houten roeden met een oud-Hollands wieksysteem. In 1969 neemt een elektrisch aangedreven gemaal met stalen vijzel de taak van de molen over. Sindsdien is De Kemphaan niet meer in gebruik. En dat is te zien.

We moeten er een weiland voor in maar van de molen is weinig over. Zelfs de wieken zijn weg. Een beetje een teleurstelling dit. Verderop zie ik nog een paar molentjes staan waarvan de wieken nog wel aanwezig zijn. Maar daar kunnen we alleen van afstand naar kijken.

Inmiddels gutst het zweet door de bilnaad en zijn we toe aan wat vocht. We zoeken een strand op bij paal 12 om het einde van de middag nog even mee te pakken. In de zon zitten is te heet dus we confisqueren een parasol op het terras. Dat is iets teveel genieten want we vertrekken veel te laat. We moeten racen om de boot te halen. Maar goed, dat lukt net dus efficiënter kan het grote genieten niet. Texel heeft ons verrast. Het is een eiland waar je prima kan zijn. Relatief rustig en goedkoop te komen. Het enige nadeel voor ons is dat het zo ver rijden is. Maar we komen zeker terug.

Noot:
Deze blog maakt deel uit van een serie van artikelen over bijzondere plekken in Nederland. Het overzicht van alle plekken kun je vinden op mijn website. Daar kun je ook info-boekjes, kaartjes en gpx (route) bestanden downloaden.

7 thoughts on “De best verborgen schatten van Nederland (23)

  1. Wilem says:

    Prachtige kerk. Nooit geweten.😳 Wat betreft dat bouwsel, in Blesdijke staat ook zo iets. Ook een aparte man die dat gebouwd heeft😉, Kasteel Olt Stoutenburght. Mooie camper. Volgende keer en paar foto’s ?

    • hansvanderveeke says:

      Dank voor de tip Willem. Ik zet hem op de lijst.
      Op de foto van de camping staat nog de gewone auto. Camper is bijna af. Als hij klaar is, zal ik wat foto’s plaatsen.

  2. Gert says:

    Naar aanleiding van de €5 voor de overtocht naar Texel had ik geen referentie naar de fietsverhuurder Soepboer op Schiermonnikoog verwacht maar een verhaal over TESO, Texel Eigen Stoomboot Onderneming. https://www.teso.nl/over-teso/
    Verder zoals gebruikelijk een onderhoudend verhaal.

  3. ben huve says:

    Weer een inspirerend verhaal met veel leuke wetenswaardigheden.Dank. Op Texel ben je waarschijnlijk dicht langs de NTKC camping bij de Slufter gekomen een van onze lievelingsplekken.

    Ben & Ingrid

  4. Ruud says:

    Inspirerend verhaal weer. Ik mag over 2 weken en neem de boeken met bijzondere plekken mee. De ontmoeting met Ger Leegwater en zijn privétuin doen mij een beetje denken aan de Ekokathedraal bij Heerenveen . Net zo’n apart verhaal waarbij Louis Guillaume Le Roy een stuk land ingericht heeft met bouwsels van afval. Is het mooi? Nee! Is het bijzonder? Ja dat wel. Toegegeven, de bouwsels van Ger zijn veel mooier.

  5. Henk de leeuw says:

    Weer genoten van jullie verslagen Hans en Saskia mooi te zien hoe divers Nederland is hopelijk kom ik met mijn rondje Nederland ook nog langs paar van die plekjes! Groetjes Henk de Leeuw

Leuk als je reageert