De best verborgen schatten van Nederland (24)

Als Nederland zucht onder een hittegolf en het liefst in de koelkast kruipt, besluiten wij om er een paar dagen uit te gaan. Uit mijn verborgen-schatten-lijstje destilleer ik twee fietstochten in Twente die we doen vanuit Hengelo. Daar vind ik mini-camping Twekkelo. Een uitstekende keus want het kampeerveldje ligt tussen hoge bomen en heeft daardoor veel schaduw.

We komen aan, zetten het tentje op en fietsen naar Hengelo. Dit is voor Mevr. Van der Veeke een ‘trip down memory lane’ want ze is hier opgegroeid. Haar blik wordt vaag en naar binnen gericht. Ze is meer in het verleden dan het heden als ik achter haar aanfiets naar de huizen waar ze heeft gewoond en de middelbare school waar ze op heeft gezeten. Later bezoeken we ook nog het landgoed en huis Drienerwolde waar ze geboren is. Haar vader deed dat in 1959 ook en maakte daar een film van waar we een jeugdige Mevr. van der Veeke door de tuin zien dartelen.

Dinsdag 11 augustus 2020

Route dag 1: We fietsen tegen de klok in.

Op de eerste dag doen we een tocht naar het noorden. Hierbij komen we de zouttorens tegen. Dit is een plek waar gewoon keukenzout uit de grond wordt gehaald. Vroeger hadden ze daar een grote toren voor nodig. Tegenwoordig staan die er alleen nog als monument en zijn het kleinere huisjes waarin de winning wordt gedaan. Er wordt water in de zoutlaag gepompt. Dit pekelwater wordt omhoog gehaald en in de fabriek in vacuümketels verdampt. Het overgebleven zout wordt gedroogd in een centrifuge en eindigt in een vaatje op je tafel.

De route heb ik gemaakt met behulp van de fietsrouteplanner van de Fietsersbond. Meestal kies ik de optie autoluw of natuurroute. Hij vindt de mooiste paadjes voor je. De keus om te verkassen naar Hengelo blijkt een goede te zijn. We fietsen veel in de bossen en dat is heerlijk koel. Onderweg doen we wat geocaches. Dit brengt ons op mooie plekjes en vertelt interessante verhalen. Zo leer ik van een opkomende sport in Twente, het zogenaamde Struukduuk’n, oftewel ‘in aangeschoten en/of dronken toestand jezelf volledig op een struik werpen’. De uitleg is simpel, je gaat naar een feest, drinkt wat alcohol en op de terugweg duik je in een mooie struik! Er zijn verschillende manieren zoals vanaf de fiets, rennend op de buik, op de rug en met je hoofd naar voren! Zorg wel dat je in een struik duikt die niet bij iemand in de tuin staat maar in een gemeentestruik of iets dergelijks want het is niet de bedoeling dat je privé bezitting vernielt!

Al meanderend door de bossen komen we bij de eerste best verborgen schat van de dag, de koepel op de Tankenberg. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Het landschap van Twente en de Achterhoek is gevormd in de ijstijden, met name het Salien. Het landijs drukte de grond zijdelings weg waardoor een soort van schubben ontstonden. Gelukkig, voor ons, is daarna veel weg geërodeerd en zijn de dalen grotendeels met stuifzand gevuld.  Wij, als vlaklanders uit Groningen, zijn dit heuvelachtige landschap niet gewend. En zeker niet dat we in Nederland moeten klimmen. Op landgoed Egheria zwoegen we de Tankenberg op. Met zijn 82 meter de hoogste van Overijssel. Bovenop staat een prachtig koepeltje dat gedrenkt is in legenden. Een ervan vertelt dat het gewijd is aan Tanfana, een Germaanse vruchtbaarheidsgodin, en dat het er al in het begin van de jaartelling stond. Dit is door de Romeinse geschiedschrijver Tacitus beschreven. Van hem is ook een citaat in het tempeltje te vinden. Onderzoek wijst uit dat dit helemaal niet mogelijk is. De huidige versie van het koepeltje is rond 1840 gebouwd en in 1955 herbouwd door de Twentse architect Jan Jans (nee, niet die van … en de kinderen). Je hebt hier een geweldig uitzicht over de omgeving en je kunt tot in Duitsland kijken. Ook komen hier 35 leylijnen samen. Niet zoveel als bij het kapelletje van Keins. Toch voldoende om er een magisch plekje van te maken. Als de twee huisvrouwen hier niet net hun wederzijdse problemen zaten te bespreken, was ik er graag nog even blijven zitten. Bij het koepeltje kun je altijd terecht en er is geen entree verschuldigd.

Wij dalen de berg af en gaan door naar het Stift bij Weerselo. Voor 1500 was het hier een klooster en daarna gingen de regels overboord. Als een nonnenklooster bier zou zijn, dan is een stift de radler. Het gaat er veel minder streng aan toe. Deze dames mogen uittreden, trouwen en alleen een gelofte van gehoorzaamheid is genoeg. Een soort van hangplek voor ongehuwde adellijke dames. We bezoeken de kerk en bezichtigen de andere gebouwen van buiten. In de schuur is een restaurant wat vandaag gesloten blijkt. Tot chagrijn van de vele mensen die op het terras zitten uit te puffen van de hitte. Wij hebben alles bij ons en, gehard door de Spaanse zon van vorig jaar, fietsen vrolijk verder naar de laatste verborgen schat van de dag.

In Nederland staan een aantal oude bomen. Zo bezochten we eerder de Kabouterboom. In Overijssel staat, midden in het veld, ook een oudje. Dat is de Kroezeboom van Fleringen. Het is de oudst geregistreerde zomereik van Nederland. Men fluistert 1000 jaar maar 400-500 jaar is realistischer. En zonder alle ankers, kabels en zorg van boomchirurgen had hij er allang niet meer gestaan. Meer over de dikste, hoogste en oudste bomen van Nederland vind je hier.

De Kroezeboom in het veld.

Een kroezeboom wordt geplant om de scheiding van landerijen aan te geven. Het was ook een heilige plaats of rechtsplaats. In de 17e eeuw is het ‘hilligen huesken’ erbij gebouwd. Een plek voor de rooms-katholieken om een geheime mis te houden toen dit niet meer mocht vanwege de reformatie. Bij het krieken van de dag werd er een altaar en een priester heen gereden die de dienst hield. In 1944 is er een nieuwe, houten, kapel neergezet. Dat zou (daar is hij weer…) Jan Jans doen. Helaas hij was niet katholiek. Daarom mocht Hendrik W. Valk aan de bak. De boom en het kapelletje ademen een serene rust uit. Het kan ook de koelte van zijn takken en het briesje zijn dat opsteekt. Het is in elk geval een mooi plekje en met recht een verborgen schat.

De boom met het ‘hilligen huesken

Hierna overbruggen we een lang stuk terug naar de camping. De temperatuur begint boven de 35 graden te lopen en een terras in Hengelo lokt me als een oase waar we graag even blijven.

Woensdag 12 augustus 2020

De zuidelijke route fietsen we met de klok mee.

Vandaag hebben we de zuidelijke route. Omdat twee van de drie schatten in Enschede liggen heb ik op internet gezocht naar een leuke fietsroute en deze aangepast om langs de Bommelas te gaan. Die route vind ik en als bonus krijgen we nog twee extra bezienswaardigheden cadeau. Volgens de planning zouden we eerst naar Enschede omdat de synagoge wat beperkingen heeft qua bezoektijden. Dat pas ik aan. Onze zoon Steven en schoondochter Rosa zijn ook op de fiets onderweg in Nederland en we gaan een rendez-vous bewerkstelligen. Dat kan alleen als we andersom rijden.

We zijn vroeg op pad en rijden via stoffige wegen naar het zuidwesten om in Haaksbergen uit te komen. Dat blijkt een best grote stad te zijn. In een buitenwijk zoeken we molen de Korenbloem op. Onze eerste bonus bezienswaardigheid. Het is een eeuwenoude molen die een aantal malen is verplaatst. Hij begon in Strijbeek, kwam in 1835 in Ulvenhout terecht en werd in 1909 hier herbouwd. Toen stond hij vrij in de velden. Van die vrijheid is weinig meer te zien. Hij staat nu midden in een woonwijk en zal weinig wind meer vangen. Hij ziet er mooi uit en het is geen straf om er even langs te fietsen.

Hierna hebben we de koffie-afspraak met Steven. Door WhatsApp en locatiedeling komen we exact op dezelfde  tijd op dezelfde plek aan. Ik ben supertrots op het feit dat hij en Rosa ook fietsvakanties doen. Ik weet nog goed dat hij op elfjarige leeftijd bij zijn eerste fietsvakantie mopperde dat dit geen vakantie is maar een strafkamp. En na zes fietsvakanties niet meer meeging en zweerde dat hij nooit meer zou fietsen. Ik hoop dat we ooit samen weer een tocht maken. Leuk om te zien hoe ze reizen. Zelfs de hond Nora gaat gewoon mee.

Na de koffie zoeken we de Bommelas op. Deze boerderij, uit 1840, is gebouwd volgens het ‘los hoestype’. Dit betekent dat mens en dier in dezelfde ruimte wonen. ‘Los hoes’ betekent dan ook ‘open huis’. Dit type is kenmerkend voor de boerderijbouw in Twente en de Achterhoek en is van de 12e tot de 19e eeuw toegepast. Hij valt niet op. In de tijd dat wij hier staan fietsen tientallen mensen voorbij en niemand stopt. Terwijl het echt een plaatje is. Handgevormde bakstenen, gebakken in een veldoven, vullen de balken tussen het houten skelet op. Een hoog zadeldak met Hollandse pannen. En natuurlijk stiepeltekens voor en achter om donder, bliksem en toverij af te weren.

De Bommelas.

De bouwer en eerste bewoner was Gerrit Jan Keizers. Die was veel aan de boemel (feesten) en stond bekend als een schelm, ‘oas’ in het Twents. Een bommel-oas dus. (Een andere, minder leuke, verklaring voor de naam is dat hij een schommelende, boemelende wagen had).  De laatste bewoning was door de 80-jarige Jan Keizer in 1912. Met hem liep het triest af want hij krijgt een beroerte als hij voor het vuur staat en valt er vervolgens in. Een soort van doe-het-zelf-huis-crematie zullen we maar zeggen.

Een stukje oostelijker ligt het Witte Veen, de tweede bonus bezienswaardigheid. Een groot veengebied waar vooral schapen op graasden. En het was een geliefd gebied voor smokkelaars. Nu is het een natuurgebied met bijzondere flora en fauna. Lekker koel door de vele bomen en dat vinden de hooglanders ook die hier rond slenteren. Grote beesten waar ik graag even voor uitwijk.

Met een beetje doorfietsen halen we net de toegang van 2 uur voor de synagoge in Enschede. Dat is meteen de laatst mogelijke toegang van de dag. De synagoge is ontworpen door Karel de Bazel in oriëntaalse stijl met een grote en twee kleine koepels. Van binnen is het prachtig. Bij je kaartje krijg je een audiotour die de synagoge en ook de Joodse gebruiken uitlegt. Ik kom erachter dat ik verrekte weinig van deze godsdienst weet. De geometrische-, getals- en wiskundige principes spreken me aan. We kijken rustig rond en genieten van de inrichting, architectuur en symboliek. Een aanrader om te bezoeken als je in Enschede bent. De synagoge is open op di/wo/do/zo tussen 11-15 en de toegang is €6. Meer informatie en kaartjes reserveren hier.

Als laatste fietsen we naar de wijk Roombeek. Hier vond in 2000 de vuurwerkramp plaats. Inmiddels is alles hier herbouwd en daarbij ook een kunstwerk wat ‘de Bellenblazer’ wordt genoemd. Drie stalen palen waar twee figuren tegen aan leunen en bellen blazen. Het is een mooi kunstwerk. Toch valt het ons wat tegen. De bellen zouden mee kleuren met de temperatuur (ze zouden nu rood moeten zijn) en als je er langs loopt zou je een speelse ‘plop’ horen. Kennelijk zijn de batterijen leeg want er gebeurt niets.

Voor ons zit de tocht er hier op. Via het centrum van Enschede fietsen we terug richting camping. Op het marktplein wordt ik zo afgeleid door de terrassen en mijn vochttekort dat we daar een tijdje blijven steken. En dat geeft ons tijd om de bezochte schatten te evalueren. Hierbij concluderen we dat we mooie plekjes hebben gezien en dat het nooit te warm is om te fietsen.

Noot 1:
Op de lijst van verborgen schatten staan ook het Rijksmuseum Twente en de Twentse Welle. Deze zijn eerder beschreven in deze blog en uitstekend te combineren met deze tocht.

Noot 2:
Deze blog maakt deel uit van een serie van artikelen over bijzondere plekken in Nederland. Het overzicht van alle plekken kun je vinden op mijn website. Daar kun je ook info-boekjes, kaartjes en gpx (route) bestanden downloaden.

12 thoughts on “De best verborgen schatten van Nederland (24)

  1. Sietze Abma says:

    Hoi Hans
    Prachtige omgeving Twente.😊
    Wij hebben de omgekeerde weg genomen.
    In 10 dagen vanuit Den Ham (Twenterand) door de kop van Overijssel, Friesland, Groningen en Drente.
    In Groningen langs het wad en door oa Baflo gefietst.
    Waren nog niet eerder in deze omgeving geweest maar het is ook boven Groningen mooi.

    Groeten uit Den Ham

    De Hammenaartjes
    Sietze Abma

  2. tonnie hodes says:

    je hebt als Groninger mijn geboorte streek verdraaid goed beschreven en ik snap dat Sakia daar op die manier doorheen fietst heb ik zelf vorige week ook nog gedaan en het blijft genieten en doet me zeker terugdenken aan mijn twentse tijd

    • hansvanderveeke says:

      Ik bereid de plekken en de route altijd voor Mieke. Een enkele keer komen we een verrassing tegen en die neem ik dan ook op. Kijk even bij noot 2 onderaan de blog. Dan kom je bij de achtergrond.

  3. ben huve says:

    Weer een mooi verhaal Hans, als Tukker oa ook 16 jaar ook in Hengelo gewoond Nog 2 verborgen schatten waar je vlakbij geweest bent: naast molen de korenbloem in Haaksbergen de watermolen van Haaksbergen en ongeveer 500 meter van de Kroezenboom de watermolen van het landgoed Herinckhave. En natuurlijk de beroemdste watermolen van Twente (wel wat uit de door jou beschreven route) die bij Singraven, al door Rysdael geschilderd.

    Ben

  4. Liedeke Harschnitz says:

    Deze bewaar ik voor mijn buketlist! Wil ik ook een keer op de fiets doen. En goede tip van deze fiets fietsersbond routeplanner.. Die is heel handig zie ik.

Leuk als je reageert