Pieterpad (6)

Zondag 8 november 2020
Van Schoonloo naar Sleen (24 km)

Normaal gesproken is er voor ons geen reden om al om zeven uur op te staan. Zeker niet op zondag. Vandaag wel want we gaan weer een stukje Pieterpad doen. Het is een traject waar we lang tegenaan gehikt hebben omdat het 24 kilometer is. Dat is een heel eind. Maar goed, eens moet het toch gebeuren dus we gaan gewoon.

Een dag met een gouden rand.

Een van de redenen om vandaag te gaan is het weer. Een prachtige dag met heel veel zon maakt dat het een genot is om in de goudkleurige herfstbossen te wandelen. We parkeren de auto weer in Schoonloo voor Café Hegeman. We zijn niet de enigen. Een aantal andere mensen loopt met hetzelfde boekje als wij. Uiteindelijk zien we ze op de route niet terug. Wel soms andere mensen maar je kunt niet zeggen dat het druk is.
In een omtrekkende beweging lopen we Schoonloo uit en hebben een bijna-dood ervaring. Tenminste, ik kan me voorstellen dat het zo eruit ziet als je dood gaat. Een goudkleurige tunnel met stralenkransen waar je naartoe beweegt. Zonder schroom lopen we deze tunnel in en komen in een droomlandschap. De bossen van Schoonloo zijn tussen 1920 en 1930 aangelegd met afwisselend loof en naaldbomen. De loofbomen staan in herfstkleed en de naaldbomen lijken wel kerstbomen door alle spinnen rag die erin zit. Alleen de ballen ontbreken.

We komen langs de flintenbank en lopen vandaag veel over flintenwegen. De bank staat er al sinds 1923 en de reden dat hij er nog zo goed uitziet is dat er toch niemand op gaat zitten want hij zit voor geen meter. De naam Flinten doen me denken aan de Flintstones. Hier zijn het de veldkeien die gevonden zijn tijdens de ontginningen van dit gebied. Dat gebeurde met de hand en was natuurlijk loodzwaar. De heide moest worden omgespit en de leemlaag eronder werd opengebroken zodat het water beter weg kon. Daarbij kwamen veel keien naar boven die voor van alles en nog wat gebruikt werden. Bijvoorbeeld een bank maar ook voor het bestraten van de wegen. Erover rijden betekent dat de vullingen uit je mond rammelen. Gelukkig hadden ze die vroeger nauwelijks maar ik kan me goed voorstellen dat ook de slijtage aan de karren enorm was. Zelfs het lopen over de keien is niet echt aangenaam.

Onderweg zien we dat we vandaag de 100 kilometer gaan passeren. Daarmee hebben we ongeveer een vijfde van de complete route gehad. Het is nog veel te vroeg voor koffie dus we laten het bankje voor wat het is en gaan verder naar de Tweelingen en de Meeuwenplassen. Dit zijn restanten stuk hoogveen dat nu een thuis is voor een aantal bijzondere planten en dieren. Het geeft een aardig idee hoe het er hier vroeger, voor de bossen, uitgezien moet hebben. Het ligt er nu wat troosteloos bij maar de zilveren slingers die in alle bosjes en bomen hangen geven het wel een feestelijk tintje.

Het is prachtig om door de bossen te lopen maar we zijn ook blij met de afleidingen onderweg. De Kielse kei is hier een van en het stukje omlopen ervoor is de moeite waard. Eerder is geprobeerd deze steen aan het fietspad te leggen maar de kraan kon het gewicht niet aan en kantelde. Er is nooit een tweede poging gedaan omdat men er middels een (verzonnen?) legende een graf van gemaakt heeft. Het is de een na grootste kei in Drenthe (de grootste ligt in het Noordbarger bos). Gedurende de ijstijden is deze steen (25,6 ton) vanuit Zweden hierheen geduwd. Door het wentelen en keren is hij zo mooi rond geschuurd. De kei is erg lang verborgen geweest en pas in de jaren dertig van de vorige eeuw gevonden. Om hem zichtbaar te maken is hij uitgegraven. Daarom lijkt het alsof hij nu in een kuil ligt.

Een andere afleiding vinden we in de geocaches die we onderweg doen. We vinden er wel acht. Een enkele vinden we niet.

We passeren het Oranjekanaal dat de 48 kilometer overbrugt tussen de Drentse hoofdvaart bij Hoogersmilde en de Hoogeveense vaart bij Klazienaveen. Tussen 1853 en 1861 met de hand uitgegraven. Beulswerk maar het was nodig om de veengebieden te ontsluiten. Om ervoor te zorgen dat het kanaal niet dicht stuift is een bos aan de noordkant aangelegd.  In 1978 is het kanaal afgesloten. Het ligt er als een spiegel bij.

Door de bossen van Zweeloo en Sleenerzand gaat het verder. In de 18e eeuw was het hier één groot stuifzand gebied. Er waren speciale zandheren die controleerden of er niet teveel afgegraasd werd en er wel voldoende bij werd geplant. Het enige stuifzand dat over is gebleven schijnt zijn eigen reservaat te hebben ergens in dit gebied,

Het Pieterpad is ooit bedacht door twee dames met oer-Hollandse namen. Bertje (Jens) en Toos (Goorhuis-Tjalsma). Ze vonden dat er te weinig langeafstandswandelpaden (scrabblewoord!) waren in Nederland en toen Bertje met pensioen gingen zijn ze begonnen. Na vijf jaar puzzelen en zoeken was het Pieterpad geboren. Ze leven allebei niet meer maar ter ere van hun inspanningen hebben ze een eigen monument gekregen langs het pad. Waarom Toos er zo prominent op staat en Bertje nauwelijks genoemd wordt, is me niet duidelijk. Tegenwoordig wordt het Pieterpad onderhouden door een werkgroep.

Iets verderop gaan we weer een stukje van de route af om de Papeloze kerk te bekijken.  Dit is de andere naam voor hunebed D49. In de 16e eeuw werden hier preken gehouden tegen de papen (katholieken), vandaar de naam. Het hunebed ziet er erg mooi uit en dat is niet vanzelf gegaan. Begin 20e eeuw was het in deplorabele staat maar Prof. Van Giffen heeft het gerestaureerd met de restanten van hunebed D33. Nu is het een soort van voorbeeldhunebed.

Inmiddels hebben we er al flink wat kilometers opzitten. Maar door elke vijf kilometer even te zitten en wat te eten en drinken houden we het goed vol. Er is geen horeca onderweg en als die er wel was geweest dan was het gesloten vanwege Corona. Voor ons maakt het niet uit want we zijn altijd zelfvoorzienend. Waar we ook energie van krijgen is de omgeving. Door de hoog staande zon zijn de kleuren nu op zijn mooist.

In deze omgeving zijn veel sporen terug te vinden van vroegere bewoning. Naast de hunebedden zijn er raatakkers (soms Celtic fields genoemd terwijl er niets Keltisch aan is) en grafheuvels (tumulus). Een grote vinden we bij de Galgenberg. Hier hebben ze een volledige wapenuitrusting opgegraven van een voormalige hoofdman uit de bronstijd (1300 v. Chr). Om zijn grafheuvel stonden palen om aan te geven dat de doden met rust gelaten moeten worden. In de middeleeuwen werd het een plek om mensen op te hangen. Vandaar de naam Galgenberg maar elk buurtschap had zijn eigen Galgenberg want ze zijn overal in Drenthe en Nederland te vinden.

Vlak voordat we de bossen verlaten en Sleen in zicht komt, komen we langs het vliegtuigmonument. In 1943 stortte hier een bommenwerper neer. De Engelse piloten waren op de terugweg van een bombardement op Bochum (Duitsland) en werden door het afweergeschut in Emmen geraakt. Niemand overleefde. Ze zijn begraven in Sleen. Van de vliegtuigrestanten werd in 1945 een monument gemaakt. In 1975 was het wat vervallen en is het monument opgekalefaterd door onderdelen in beton te gieten. En daar kijken we nu naar.

Als we de bossen verlaten zien we het torentje van Sleen al in de verte liggen. Het laatste deel van de route gaat over asfaltwegen en zo sjokken we Sleen binnen. Uiteindelijk hebben we er 28 kilometer opzitten. Ik heb niet eerder zo ver gelopen op een dag. Het begint al wat te schemeren als we op de bus wachten. Die gaat een keer in het uur dus we hebben tijd om op een bankje bij te komen. Het was een gouden dag ondanks de vermoeidheid. En allemaal omdat Bertje en Toos graag een lang stuk wilden wandelen.

Vorige traject : Van Rolde naar Schoonloo
Volgende traject : Van Sleen naar Coevorden

11 thoughts on “Pieterpad (6)

  1. Willem says:

    Wederom een mooi stukje geschiedenis uit mijn woonomgeving Hans. Het was een beste wandeling. Mevr van der Veeke heeft vast geen last van je gehad na thuiskomst😉

  2. Willem says:

    Wederom een mooi stukje geschiedenis uit mijn woonomgeving Hans. Het was een beste wandeling. Mevr van der Veeke heeft vast geen last van je gehad na thuiskomst😉

Leuk als je reageert