Een alternatief rondje Nederland (2)

We waren dus op fietsreis door Nederland. En je zult je misschien afgevraagd hebben ‘Waar blijven die blogs toch? Zij zijn toch nog onderweg?’. Dat laatste klopte helemaal en dat eerste zal ik uitleggen.
Na de eerste dagen regen werd het prachtig weer. Dan gaan we natuurlijk kamperen. Een blog schrijven op de camping is lastig. Vanwege het gebrek aan stroom en wifi. Ik wil soms dingen nazoeken en heb maar een kleine internetbundel op mijn telefoon. En dan schijnt die zon ook nog steeds in het scherm. Dus ik heb gewoon lekker gefietst en de achterstallige verhalen komen nu nog. Doe maar net of we nog onderweg zijn en geniet ervan.

Geocachen per boot

We blijven nog een dag bij Liedeke en Martijn. De hele dag met ons opgescheept zitten in huis is geen feest. Liedeke geeft aan dat ze wel eens wil geocachen. En dat kan wel maar alles in de buurt van Broek in Waterland heb ik al eerder gedaan. Met een beetje speuren op de geocaching site vind ik een bootjes-trail. Dat zijn een aantal geocaches die je alleen per boot kunt bereiken. Zo stappen we allemaal in de Uglie van Martijn en zitten ze alsnog een dag met ons opgescheept. Maar dan letterlijk.

Via de Molengauw varen we naar het Bozenmeertje. Dan naar de Oosteree en de Leek. Het Dee brengt ons weer terug op het Havenrak in Broek in Waterland. En onderweg doen we 11 caches. Sommige zitten onder bruggen, andere achter borden op paaltjes in het water. Een enkele keer moeten we een weiland in. Het is een leuke bezigheid om te doen waarbij iedereen een rol heeft. Een dame op de boeg die de cache pakt, een dame die de cache doorgeeft, een navigator en een stuurman. Die stuurman wilde overigens alleen in nautische termen aangestuurd worden dus ik moest elke keer weer nadenken wat nu weer bakboord en stuurboord was. Afijn, we kwamen er meestal wel maar niet op de meest efficiënte manier.

Broek in Waterland – Ruigenhoek (62 km)

Verse vis en bezoek hebben wat gemeen. Beide zijn maar twee dagen houdbaar voordat het begint te stinken. Hoe fijn het ook is bij Liedeke en Martijn, we willen toch weer verder. En dat doen we niet alleen, we hebben de komende twee dagen gezelschap. We fietsen eerst naar Amsterdam waar we fietsvriend Gaele ophalen bij het station. Via Sloterdijk gaan we naar het Brettenpad, waar Loes op ons staat te wachten.

Het vinden van een geschikte camping was lastig voor vandaag. Katwijk zou een goede keus zijn maar beide campings vragen de hoofdprijs voor een nachtje kamperen. Als fietser doe je dat niet. De volgende camping langs de kust is onder Scheveningen en dat is te ver. Uiteindelijk kiezen we voor een natuurcamping bij Ruigenhoek. Daar komen we door via Haarlem naar Zandvoort en dan langs de kust naar beneden te fietsen. Jammer is wel dat die route wat kort is, dus Gaele neemt ons nog een rondje mee door het recreatiegebied Spaarnwoude.

In Spaarndam kijken we nog even naar het beeld van Hansje Brinkers die met zijn vingertje vele levens redde. Daarna gaat het via Haarlem en door Park Kennemerland naar Zandvoort. Bij die plaats begint er automatisch altijd een liedje in mijn hoofd te spelen. Er is geen ontkomen aan en kom er maar weer eens vanaf.
In Zandvoort staan nog een paar prachtige zandsculpturen en we kijken even op de boulevard naar zee.

Hierna is het nog maar een klein stukje naar camping Ruigenhoek. Ze hebben hier aparte veldjes voor tenten en dat is toch een ander kampeergevoel dan tussen de witte dozen. Door het mooie weer en het feit dat het weekend is, is het er druk. We kunnen nog wel een picknicktafel claimen en dat is als fietser heel fijn. Dan hoef je niet alles op de grond te doen. We koken ons potje, ruimen op en daarna hoeven we alleen nog naar het concert van de vogels te luisteren want die lijken ook allemaal een weekendje naar de camping gekomen te zijn. Fluitend vallen we in slaap.

Ruigenhoek – Brielle (82 km)

Het is maar goed dat we wind mee hebben want we zitten pas om half elf op de fiets. Onze medereizigers blijken langslapers. Maar goed, deze reis staat in het teken van slow-travel dus alles mag en niets moet.

We waaien eerst naar Katwijk waar wij boodschappen proberen te doen. Het blijft bij proberen want in dit gelovige dorp is het een zonde om op zondag te werken. Alleen de hedonisten van de horeca doen dat. Ik ben in Katwijk aan Zee geboren en mijn vader heeft hier wel verhalen over verteld. Kattekers zijn een ruig volkje en op zaterdagavond was er vaak knokkerij. Maar als de toren twaalf sloeg en de zondag begon dan hield dat abrupt op en ging men naar huis. In elk geval gaan wij met lege handen naar het terras waar Gaele en Loes al zitten. Daar ga ik aan de koffie voor het huis (flat) waar ik geboren ben.

We gaan door naar Scheveningen. Het Kurhaus staat er mooi bij. We banen ons een weg door de menigte. Ze moeten hier gratis geld weggeven, zo druk is het. Iedereen lijkt onderweg te zijn naar het strand. Het nodigt niet uit om lang te blijven en zodra we iets buiten de stad zijn, wordt het weer wat rustiger. Ik vind het altijd mooi fietsen door de duinen en langs de zee. En helemaal als je wind mee hebt. Bij Monster nemen we afscheid van Gaele en Loes. Zij moeten morgen weer werken en gaan met de trein terug naar Amsterdam. Het zijn dus niet alleen langslapers maar ook nog wind-mee-fietsers. Maar ook heel aangenaam gezelschap.

Langs de Nieuwe Waterweg.

Wij gaan nog een stukje verder en tot Hoek van Holland blijven we een duwtje in de rug houden. Door de week gaat hier een pontje naar de overkant. Je komt dan in het industriegebied van de Maasvlakte. Dat lijkt niet aantrekkelijk om doorheen te fietsen maar is in de praktijk wel leuk om een keer te doen. Of zelfs twee keer. Vandaag gaat dat niet lukken want het is zondag en de pont vaart niet. Daarom fietsen we langs de Nieuwe Waterweg naar Maassluis en nemen we de pont naar Rozenburg. Ik sta al op de pont als ik zie dat je van te voren kaartjes moet kopen. De pont vertrekt zonder ons en wij gaan op zoek naar de kaartjesautomaat. Die heeft net een cursus camouflage gedaan. Gelukkig hebben we drie kwartier tot de volgende pont en met wat speurwerk weten we hem toch te vinden.

Via Rozenburg en een klein stukje Maasvlakte fietsen we naar Brielle. Ik kan me niet herinneren ooit in dit vestingstadje geweest te zijn. Het is zeker de moeite waard om hier rond te kijken. Inmiddels is het al na zessen dus we blijven gelijk plakken voor bier en biefstuk (Mevr. van der Veeke kiest voor andere varianten zonder vlees). Tegen acht uur komen we op camping de Meeuw aan. We hebben al contact gehad over onze late aankomst en een telefoontje naar de beheerder geeft ons toegang tot een mooi kampeerplekje. We hoeven alleen te douchen en de tent op te zetten. En dan kunnen we er zo in want meer dan 80 kilometer, zelfs met wind mee, maakt slaperig.

Brielle – Burgh-Haamstede (62 km)

We zijn al meerdere keren door Zeeland gekomen en dan meestal via de LF1. Nu kiezen we, waar mogelijk, meer voor het binnenland en de dorpjes. We steken eerst Voorne-Putten over. Het is weer maandag dus de grootste drukte is voorbij. We fietsen langs watertjes omzoomd door knotwilgen en lommerrijke lanen. Dat laatste is wel fijn want het begint al aardig warm te worden. Via de Haringvlietdam steken we over naar Goeree-Overflakkee.

Het eerste dorp dat we tegenkomen is Goedereede. De massieve toren wekt bij mij eerst nog verbazing op. Later zie ik in alle dorpjes van dit soort mastodonten. Bij watersnood kunnen de bewoners hier een veilig heenkomen zoeken. In het centrum borrelen allerlei herinneringen omhoog. We zijn hier vaker geweest. Reden om even met een koffie en gebak in het verleden te graven. Verderop gaan we door de buitenwijken van Ouddorp. De toren zien we alleen in de verte liggen.

Via de Brouwersdam steken we over naar Schouwen-Duiveland. We passeren Port Zélande, een vakantiepark waar we eerder een weekje zaten toen de kinderen nog klein(er) waren. Je fietst op de Brouwersdam mooi langs de buitenkant van de dijk waar veel te zien is. Veel dagjesmensen en de eerste grijze golf (die van vóór de zomervakantie) met hun campers.

Op Schouwen-Duiveland blijven we de LF1 door de duinen volgen. De zon brandt ongenadig en we moeten flink smeren. De geur van zonnebrand, de zilte lucht en het zand brengt weer herinneringen terug. Als kind woonde ik in Dordrecht en gingen we in de zomervakantie naar Renesse in een stacaravan. Toen was één hele week vakantie nog een ontzettende luxe. In de duinen hier zitten Engelse hellingen. Daar komt je ook regelmatig op 25%. En ook al staat er een bordje dat je af moet stappen, Mevr. van der Veeke is burgerlijk ongehoorzaam en fietst daar gewoon, met 25 kilo bagage, tegen omhoog. Met die benen kun je kokosnoten kraken!

In Burg-Haamstede zoeken we een kleine boerencamping op want eigenlijk willen we alleen nog maar in de schaduw zitten. Mini camping Kraaijestein heeft een plekje voor ons. De boer is een praatgrage man. Hij verbouwt haver van de beste kwaliteit. Zo goed dat zelfs de Arabieren het bij hem komen kopen voor hun renpaarden. Zo heeft hij regelmatig een sjeik op bezoek. De haver wordt met een eigen schip getransporteerd naar het Midden-Oosten. En dat transport is vaak vele malen duurder dan de haver zelf. Wij zetten de tent op en zoeken de schaduw op. Ik kom alleen af en toe van mijn plek om wat te drinken te halen. Mooi weer is fijn, maar dit is echt wat teveel van het goede.

Burg-Haamstede – Vlissingen (62 km)

Omdat we vroeg gaan slapen, ben ik ook vroeg weer wakker. Meestal al tegen zessen maar dan blijf ik nog even liggen tot 7 uur. Wassen, ontbijten, inpakken en we zitten vaak om kwart voor negen alweer op de fiets. Via de Oosterscheldekering steken we over naar Noord-Beveland. De stormvloedkering vind ik een knap staaltje werk. Op de terugweg gaan we nog een keer over deze dam. Dan ga ik er wat uitgebreider op in.

Via de Veerse Gatdam komen we daarna op Walcheren. Daar blijven we de LF1 volgen. Het valt me op dat we meer vakantiefietsers tegenkomen. We zijn blijkbaar niet de enigen die de LF1 mooi fietsen vinden. Over zanderige paden gaan we via Vrouwenpolder, Oostkapelle en Domburg naar Westkapelle op de kaap van Walcheren. Tussen Oostkapelle en Domburg komen we door een mooi stukje bos dat de naam de Manteling heeft. Dit bos moest het eiland beschermen tegen de noordenwind. Nergens anders groeien loofbomen zo dicht op de kust. De bomen in het bos hebben een grilligheid die kunnen concurreren met de stemmingen van Mevr. van der Veeke. Dat komt omdat ze tijdens de oorlog door de Duitsers zijn afgezaagd. Die bomen dan, niet de stemmingen van Mevr. van der Veeke. In de wind zijn nieuwe takken gevormd en die kronkelen alle kanten op.

Al mijn favoriete onderwerpen in één foto.

Zo langs de kust fietsen vind ik prachtig. Ik heb een zwak voor vuurtorens en als er dan een in het zicht komt, dan heb ik al mijn favoriete onderwerpen in beeld; De zee, vuurtorens, fietsen en Mevr. van de Veeke. Een mooiere foto kan ik niet maken.

We zijn eerder in Zoutelande geweest maar ik kan het me niet herinneren. Mede door het liedje van Bløf is het plaatsje ongekend populair geworden. Het is er dan ook erg druk. We mogen er niet met de fiets doorheen. Zelfs niet lopend met de fiets aan de hand. We rijden dus om het centrum heen. Dat bewaren we voor een volgende keer.

Vlissingen.


Daarna is het nog maar een klein stukje naar Vlissingen. Eigenlijk is deze stad redelijk onbekend voor mij maar ze hebben prachtige zandstranden en de skyline ziet eruit alsof het zo in een sciencefiction film kan figureren met zijn moderne gebouwen aan de boulevard. We fietsen helemaal door tot aan het zuidelijkste puntje in de haven waar Michiel de Ruyter uitkijkt over zee. Hier eindigt onze aanloop en begint de eigenlijke fietstocht die we uitgekozen hebben; ‘Fietsen van Walcheren naar de Waddenzee’. Daar doen we vandaag alvast een klein stukje van en dat kun je lezen in de volgende blog.

6 thoughts on “Een alternatief rondje Nederland (2)

  1. Willem says:

    Ik dacht al waar blijven de verhalen. Dit keer herkenbaar, we hebben daar ook gefietst. Mooie foto’s en een mooi verhaal. Kijk uit voor de benen van Mevr van der Veeke dat jij niet gekraakt wordt Hans🤣

  2. Heleen van Wijnen says:

    Wij wonen bij Vlissingen en rijden daar dus vaak. De mooiste Vuurtoren staat in Haamstede die stondmodel voor het 250 gulden biljet. In Westkapelle hebben ze naast het kleine licht (op de foto) ook het grote licht een imposante toren. En ook ik was benieuwd naar het vervolg

  3. Winfred says:

    Gelukkig weer een teken van leven – dacht dat jullie verdwaald waren op de niet genomen weg. Kijk altijd uit naar jullie prachtige verhalen

Leuk als je reageert