Van Walcheren naar het Wad (2)

Woensdag 2 juni 2021
Middelburg – Zierikzee (55 km)

Als ik wakker wordt, hoor ik de Lange Jan zes keer slaan. Ik dommel nog even door maar niet al te lang. We ruimen op en gaan op stap. Eerst gaan we nog één keer door het centrum. Als ik nog een foto van het stadhuis sta te maken, hoor ik verderop een groep schoolkinderen diep zuchten. Ik sta ervoor. Zij moeten als opdracht voor school ook een foto maken. Ik kan ze niet overtuigen dat de foto met een fietser veel interessanter wordt.

We doorkruisen Walcheren op weg naar Veere. Walcheren is een schiereiland dat aan Brabant vastzit. Door de goede bereikbaarheid was het in de 12e eeuw al flink bewoond. Toen was het overigens nog een eiland. In de tweede wereldoorlog bouwden de Duitsers hier meer dan 200 bunkers en noemden het Festung Walcheren. Er zijn nog 27 bunkers over. Na de oorlog werden er 350 boerderijen gebouwd, om veel voedsel te kunnen verbouwen, inclusief de kaarsrechte wegen ertussen.

Veere

We vervolgen onze weg naar Veere, een verrassend mooi stadje met weer zo’n gigantische toren. Onder de toren maken we een koffie en eten een drol. Een drol? Ja, een zogenaamde Zeeuwse bolus. Grappig om te realiseren dat de zin ‘Er ligt een bolus op de bank’ in Zeeland heel wat anders betekent dan in Groningen. Het is een wit broodje met basterdsuiker en kaneel. De oorsprong is Joods en daar heette het ook een bole (=fijn gebak). Sefardische bakkers in Zeeland namen dit broodje mee vanuit Spanje en Portugal. Hij smaakt uitstekend en we werken hem weg terwijl we videobellen met onze dochter en kleinzoon.

Veere ontstond in de 13e eeuw en trok al vroeg een aantal bankiers uit Lombardijen aan die ook wel pittoresk wilden wonen. Het kreeg stadsrechten en omdat de stadhouder met de dochter van de Schotse koning trouwde kreeg het stapelrecht op Schotse wol. Daarom kun je nog steeds een paar Schotse huizen uit de 16e eeuw zien. Zo vroeg in het seizoen is het hier (nog) niet druk en het is een prachtig plaatsje om even doorheen te lopen of fietsen. De oude gebouwen zijn een lust voor het oog. Bij het verlaten van Veere komen we langs de Koe, een korenmolen. Molens worden in Zeeland wit geverfd.

Over de Oosterscheldekering.

Deltawerken

We verlaten Walcheren via Vrouwenpolder en Noord-Beveland. Hiermee komen we voor de tweede keer over de Oosterscheldekering dat onderdeel uitmaakt van de Deltawerken. Ik wist wel globaal wat de Deltawerken zijn maar nu we er overheen fietsen, vind ik het interessant me wat meer erin te verdiepen. Ik zal het proberen samen te vatten.

Al in de jaren twintig van de vorige eeuw was bekend dat Nederland kwetsbaar is voor het water. Een van de eerste projecten dat opgepakt werd was de Afsluitdijk. Daarna kwam de oorlog en na de oorlog werd alle inspanning in de wederopbouw gestopt. Dat werd in 1953 afgestraft. Bij een zware noordwesterstorm én een springtij braken de dijken door en kwam een groot deel van Zeeland onder water te staan. We kennen allemaal de dramatische beelden van deze ramp.

Ooit gehoord van Johan van Veen? Dat was een waterstaatkundige ingenieur die in 1942 (!) al een soort van Deltaplan had ontworpen. Pas na de ramp werd dit plan weer opgepakt en dat resulteerde in een aantal dammen (Zandkreekdam, Veerse Gatdam, Grevelingendam, Volkerakdam, Haringvlietdam en Brouwersdam) en een aantal stormvloedkeringen waarvan de Oosterscheldekering de mooiste is. Eerst wilde men dit deel ook afsluiten met een dam maar dat zou rampzaling zijn geworden voor het milieu en de viskwekerijen. Vandaar dat er nu een systeem is met deuren die normaal open staan maar bij een storm gesloten kunnen worden. En daar fietsen wij nu over.
En waarom Johan van Veen, die overigens uit Uithuizen (in Groningen) kwam, niet bekender is, is me een raadsel. Ik had nooit van hem gehoord en ken geen standbeeld van hem. Terwijl we zonder hem veel vaker natte voeten zouden hebben gehad. Hij is ook nog de grondlegger van de Maasvlakte en de Eemshaven. Hij verdient een groter standbeeld dan dat lullige beeldje in Capelle aan de IJssel.

Wij hebben maar windkracht twee tegen. Dat is veel te weinig voor het NK tegenwindfietsen. Dat wordt hier jaarlijks uitgevoerd als de omstandigheden goed genoeg zijn. En goede omstandigheden betekent windkracht negen. De deelnemers fietsen hier dan op een gewone stadsfiets zonder versnellingen tegenin. Ze hebben geluk dat Mevr. van der Veeke dan niet meedoet. Die zou ze allemaal het snot voor de ogen fietsen.

Langs de zuidkant van Schouwen-Duiveland.

Fata morgana

Na de Oosterscheldekering komen we weer op Schouwen-Duiveland (kaartje). Ooit waren dit vier eilanden: Schouwen, Duiveland, Dreischor en Bommenede. Het is samengeklonterd tot een, en deze keer gaan we langs de zuidkant. Hiermee zitten we in het eerste nationale park van deze tocht. Om het Nationaal Park Oosterschelde goed te kunnen bekijken heb je eigenlijk een waterfiets nodig want het meeste is water. Daarom fietsen we zo dicht mogelijk langs het water alhoewel een waterfiets nu een aanlokkelijk idee is.

Het is inmiddels zo warm dat ik het water voor de thee niet meer hoef te koken. Gewoon een beker water in de schaduw zetten en even later het zakje erin hangen. Ik begin ook last te krijgen van fata morgana’s. Zo zie ik zomaar iemand met een stoeltje in het koele water zitten. Helaas blijkt dit echt te zijn en een hevige reden voor kortstondige jaloezie. De watersnood heeft hier flink huisgehouden. Ooit was hier een haven Schelphoek met wat huizen. Er werden voornamelijk suikerbieten af- en aangevoerd. Door de ramp in 1953 is het hele dorp weggespoeld.

Zierikzee

Zo naderen we langzaam Zierikzee. In de verte kunnen we de iconische Zeelandbrug al zien liggen. Deze is meer dan 5 kilometer lang en zorgt voor een betere verbinding tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland.
Het verbaast me hoeveel oude historie in Zeeland te vinden is. Ook in Zierikzee zien we weer zo’n lekkere toren die niet voor niets de Dikke Toren genoemd wordt. Het centrum heeft leuke oude huisjes en de haven is een fotogeniek plekje. Voor een stad die vijf keer afgebrand is, tijdens de 80-jarige oorlog bezet was, per ongeluk gebombardeerd is, en waar 30 miljoen kilo (!) munitie gedumpt is, ziet het er nog goed uit.

Wij zoeken iets buiten de stad de camping op. Het boekje bevat overnachtingsadressen maar de genoemde camping lijkt wel een zigeunerkamp. Wij kiezen voor camping Gouweveer iets verderop. En dat is een goede keus want ze hebben een vriezer waar ik mijn biertjes in kan leggen. We zoeken een mooi plekje in de schaduw en kletsen wat met onze buren die in een piepklein caravannetje zitten. Het zitten in de schaduw wordt slechts onderbroken door een loopje naar de vriezer. We koken een maaltje en genieten van het goede leven. De lucht zien we langzaam veranderen. De wolken krijgen vormen als de modellen van Rubens en de lichtval van Rembrandt. Ondanks dat het er dreigend uitziet, vallen er maar enkele druppels. Jammer. Ik had wel wat afkoeling gewild. De druppels die wel vallen werken als het zand van Klaas Vaak. Ik hoor er maar een paar vallen.

2 thoughts on “Van Walcheren naar het Wad (2)

Leuk als je reageert