Van Walcheren naar het Wad (5)

Zaterdag 5 juni 2021
Biesbosch – Maasbommel (79 km)

Staartje Biesbosch

Het is een grijze dag vandaag.

We zijn weer vroeg wakker, in het oosten zit de dag al klaar. Het is inderdaad lekker opgefrist maar met de regen is ook de zon weg. De lucht is grijs en het is fris. Zeker tien graden kouder dan gisteren. Het is voor het eerst sinds dagen dat ik weer met een jasje fiets. We hebben wel mazzel met de wind. Zo waaien we de Biesbosch uit langs de Nieuwe Merwede. Dit kanaal geeft de grens aan tussen Zuid-Holland en Brabant. Hij is tussen 1861 en 1874 (13 jaar!) met de hand (!) uitgegraven om het water beter af te kunnen voeren. Het was een combinatie van verbreden van kreken, afsluiten van andere kreken en aanleggen van dammen. Bijzonder van de Nieuwe Merwede is dat er geen bruggen overheen gaan, alleen pontjes.

We naderen Woudrichem.

Bij Werkendam wordt het de Boven Merwede (met ook maar één brug) en nog verderop de Waal. De route blijft langs het water lopen maar in Werkendam gaan we toch even het dorp in om boodschappen te doen. Daarna blijven we de dijk volgen, langs Sleeuwijk, tot we bij Woudrichem komen. De aanrijroute op de fiets is prachtig. Je rijdt door het natuurgebied Groesplaat boven op een dijk en kijkt over land en water uit. In de verte doemt de toren van Woudrichem op.

Woudrichem

Woudrichem (in het Brabants Woerkum, niet te verwarren met Workum) ligt nog te slapen als we hier voor tienen binnen fietsen. We zien eigenlijk alleen het vestinggedeelte van het stadje dat al in de negende eeuw ontstond. In de veertiende eeuw kreeg het visrechten en rechten om tol bij de rivier te mogen heffen, een recht wat later naar Gorinchem over ging. In 1814 werd het in de Hollandse Waterlinie opgenomen. Pas in 1955 werd de vesting opgeheven zodat er ook buiten de wallen bijgebouwd mocht worden. De stadskern is vanaf 1971 beschermd. Als je vroeger de tv-serie Dokter Tinus gekeken hebt, dan zal het je wel bekend voorkomen. Er zijn ook scenes voor de film Oorlogswinter opgenomen. Ook hier zou het een prachtig stadje kunnen zijn, als er niet zoveel blik geparkeerd zou staan.

Met onze bepakte fietsen zit het pontje vol.

Via de haven komen we bij het pontje. Ik had me daar wat zorgen om gemaakt na het debacle bij de vorige pont. Op deze pont mogen maar 2-4 personen en als er dezelfde rijen staan, dan kunnen we de tent wel op gaan zetten. We zijn er dan ook even na tienen en de angsten zijn ongegrond. De schipper zit nog aan zijn eerste koffie maar het overzetten gaat zo snel dat die geen kans krijgt om koud te worden. Het is inderdaad een heel klein bootje dat helemaal vol zit met onze fietsen en bagage.

Loevestein

Na het pontje sta je zomaar voor slot Loevestein. In de veertiende eeuw gebouwd door (nou ja, niet zelf, hij betaalde) ridder Dirk Loef van Horne. Hij vond het fijn om een optrekje te hebben als hij vermoeid van zijn rooftochten terug kwam. Daarna is het vervolgens bewoond door de graaf van Holland, de Spanjaarden, de Geuzen, weer de Spanjaarden, de Belgen en de Nederlandse staat. Het kasteel is voornamelijk bekend door Hugo de Groot die hier opgesloten zat en in een boekenkist kon ontsnappen.

Het schijnt dat de kist niet zo groot was, dus een betere naam voor hem zou Hugo de Klein geweest zijn. Wij kijken even rond maar kunnen er niet in. Of dat vanwege het vroege tijdstip is of vanwege Corona is me niet duidelijk. Bij een fietsreis is het sowieso wikken en wegen. Het liefst zou ik alles willen bekijken maar dan kom je nergens. Daarnaast zet ik mijn fiets met alle pakkelarie liever niet zomaar ergens neer.

Rendez-vous

We will never surrender!

Via de dijk langs de Waal fietsen we naar Bakel. We zijn hier duidelijk te gast want de schapen weigeren opzij te gaan. Zelfs bij een stare-down moet ik het onderspit delven. En eigenlijk moet ik ze gelijk geven.

Gezelschap.

Bij het pontje bij Bakel wachten we onze fietsvrienden Kees en Corrie op. Met hun fietsen we vaker samen en toevallig gingen we tegelijk op (fiets)vakantie. Toen wij bij Leiden (hun woonplaats) waren, zaten zij bij Baflo. Maar als convergerende hemellichamen zijn we inmiddels weer in Bakel bij elkaar gekomen. Ze fietsen twee dagen met ons mee.

We vervolgen de route langs de Waal. Deze rivier voert ongeveer twee derde van het water van de Rijn af. Omdat het een open verbinding met zee heeft, heeft het ook nog last van de getijdewerking, zelfs tot in Zaltbommel aan toe. Het verschil tussen eb en vloed is daar, nog steeds, 10 centimeter.

Zaltbommel

Via de dorpen Zullich, Nieuwaal en Gameren fietsen we naar Zaltbommel. Dit gebied heet de Bommelerwaard en is gedurende de eeuwen altijd de speelbal geweest van het water, ondanks de moeite die gedaan is met het verleggen van waterstromen en het bouwen van dijken. Zelfs in de recente geschiedenis (1995!) zijn hier 250.000 mensen geëvacueerd omdat de dijken op doorbreken stonden. Huizen zouden dan 5 (!) meter onder water komen te staan.

Gelukkig komen we met droge voeten bij Zaltbommel aan. Een gezellig stadje dat in 950 al bestond. In die tijd mochten ze tol heffen, munten slaan en ze hadden gruitrecht. Net als andere steden kende het zijn ups-en-downs. Misschien ken je het nog uit het nieuws. In 2007 vloog een helikopter tegen de hoogspanningskabels waardoor het twee dagen zonder stroom zat.

We zijn onder de indruk van de stompe toren van de St. Maartenskerk maar nog meer van de gootspoken die je her en der ziet. Leuk detail is dat Fiep Westendorp uit Zaltbommel kwam. Als die naam je niets zegt, dan gaat er vast wel een lichtje branden bij Jip en Janneke.

Land van Maas en Waal

Bij Zaltbommel is ook een van de weinige bruggen over de Waal. Een prachtig voorbeeld van dat een brug helemaal niet saai hoeft te zijn. Wij gaan verder via Hurwenen, Rossum en Alem. In Rossum kijken we nog even bij Kasteel Rossum dat volgens mij net geschilderd is. Ik zie overigens dat het te koop is voor iets meer dan 4 miljoen. In Groningen zou zoiets een borg heten maar hier dus een kasteel. Bij de laatste denk ik meer aan dikke muren, schietgaten en een jonkvrouw op een van de torens. Maar dit is ook mooi.

Met het oversteken van de Maas komen we in het land van Maas en Waal. Dit betekent niet dat het landschap erg verandert. We fietsen nog steeds langs het water, alleen heet dit water nu de Maas. Maren-Kessel, Lith en Lithoijen worden gepasseerd. Bij Oijen steken we de Maas nog een keer over. Aan de overkant hebben ze een mooi terras waar we bier met bitterballen doen. Als je met Corrie fietst, dan is het onmogelijk om zonder bitterballen te eindigen. Daarna is het een klein stukje naar Maasbommel waar we de camping hebben. Van Maasbommel zien we weinig. De route loopt er buiten om en het is inmiddels al na zessen.

De schlagermuziek moet je erbij denken.

Mini camping Moleneind is een verrasing. Er is een kroeg op het terrein die gewoon open is en waar de schlagers uit de speakers galmen. Er staan wat campers op een kluitje, er zitten motorrijders in de hutjes maar voor fietsers en wandelaars hebben ze, sinds kort, een trekkersveldje met prachtig gras aangelegd. Behalve dat je redelijk dicht aan de weg zit, is er niets mis met de camping. Een warme douche en fijne zitjes waar we het avondeten en ontbijt kunnen doen. We hebben met Kees en Corrie een hoop bij te praten dus deze keer liggen we er niet zo vroeg in.

2 thoughts on “Van Walcheren naar het Wad (5)

Leuk als je reageert