IJsland (1)

Big things have small beginnings

Dinsdag 24 mei

Eindelijk rijden we dan op IJslandse grond. En het is waanzinnig mooi. Woest met een hoofdletter W, Leeg met een hoofdletter L en Ongerept met een hoofdletter O. Je moet er wat voor over hebben maar het is alles waard.

De afgelopen tweeënhalve dag hebben we op de pont doorgebracht. En daarmee heb ik mijn record van langste periode van nietsdoen verbeterd. Ik was er al bang voor dat het saai zou zijn. En dat was het ook. Hoeveel rondjes kun je op een schip lopen? Hoe vaak kun je even in de taxfree shop gaan kijken? Een alternatief zou zijn om in de bar te gaan hangen maar de prijzen zijn daar zo astronomisch hoog dat ik een derde hypotheek zou moeten afsluiten. Uiteindelijk hebben we veel gelezen, gepuzzeld, serie gekeken (Ik heb de eerste drie seizoenen van Westworld mee want er komt volgende maand een nieuw seizoen), ge-rummykubd en gehangen. Een welkome onderbreking was dat we een ochtend in Torshavn (hoofdstad van de Faeröer eilanden) voor anker gingen en van boord mochten.

Het is leuk om even door Torshavn te lopen. Helaas deden we dat wel al om acht uur, dus er was niets open. Het lukt ons met moeite een  koffie te scoren en voor de rest snuiven we alvast het gevoel van IJsland op. Want de Faroer zijn een soort van mini-IJsland.  Op de terugweg stappen we hier met onze bus en al uit en een week later weer op. De Faeröer komen aan het einde van deze reis nog uitgebreid aan bod. Hierbij al wel vast een indruk

Langzaam komt Seydisfjordur uit de mist. We zijn aangekomen. Omdat we vooraan staan, zijn we ook als een van de eersten van boord. Bij de douane zetten we onze meest betrouwbare gezichten op. We hebben tenslotte een paar flinke kratten eten mee en Mevr. van der Veeke besloot op het laatst nog een six-pack cider te kopen bovenop onze rijkelijke voorraad alcohol. Maar er wordt geen enkele aandacht aan ons geschonken. Zelfs de paspoorten kunnen in de tas blijven.

We rijden eerst van Seydisfjordur naar Egilstadir. Hiervoor moeten we een stuk klimmen en op deze hoogte ligt nog erg veel sneeuw Daarna opent het landschap zich en hebben we uitzicht op Egilstadir. Vanaf hier volgen we de ringweg. (zie kaartje).

Dat is eerst een stukje binnenland en daarna zitten we dagenlang, min of meer, langs de kust. We willen elke kilometer wel stoppen voor foto’s. Na elke bocht zijn er weer nieuwe oooh-aaah momenten. Het is eigenlijk niet in beelden te vatten maar we proberen het toch.

Van Reydarfördur gaan we naar Faskrudfjördur. In dit plaatsje zijn veel Fransen neergestreken begin 18e eeuw. Ze visten daar op kabeljauw. En dat was niet zonder gevaar want zo’n 4000 vissers verdronken hierbij. De Franse invloeden zie je nog steeds aan de straatnamen. Ook staat er een typisch IJslands kerkje met een dak van rode golfplaten.

We passeren Stödvarfjördur en Bredidalsvik. De weg kronkelt steeds om de (zee) fjorden heen en zo komen we na ongeveer 175 kilometer in Djupivogur. Het is een van de oudere en grotere dorpen in deze regio maar ik betwijfel of het groter is dan Baflo. Gesticht door de Denen in 1589 en het heeft een roerige tijd gekend. Hier kwamen piraten uit Noord-Afrika om te plunderen en de bevolking af te voeren als slaven. Wij zijn wat vredelievender en zoeken de camping op. Die blijkt vrij basaal te zijn met (te) weinig sanitaire faciliteiten maar wel een binnenruimte. En met ISK 3500 (€25) redelijk geprijsd. Je moet nog wel ISK 300 (€2,20) voor de douche betalen. Maar omdat die 7 minuten duurt, kunnen we makkelijk samen met één muntje doen. Als het boeltje staat, lopen we nog even naar het bekende kunstwerk van het dorp. Iemand heeft de eieren van de lokale vogels nagemaakt in marmer en dan een beetje groter. Aardig om te zien maar om het nu in een industrieterrein te zetten, zou niet mijn keus zijn. Na het eten lopen we naar het uitzicht punt. Je hebt hier een mooi overzicht over het dorp en het fjord.

Woensdag 25 mei

Vandaag  beginnen we met regen. Dit hoort bij IJsland en het maakt het landschap er niet lelijker op. We zitten lekker in onze bus en de ruitenwissers doen het werk. Ze zeggen dat je hier vier seizoenen in één dag  hebt en dat blijkt ook zo te zijn want we eindigen in de zon. Vandaag staan er twee vuurtorens, twee bergketens, een zwart strand, een rode stoel en een verlaten vikingdorp op het programma.

Het rijden hier is een genot. Er is overal wel wat te zien en er is nauwelijks verkeer op de weg. De mensen die je tegenkomt zijn vrijwel zeker toeristen. Vaak met huurcampers en nog vaker met huur auto’s. Na een tijdje pik je ze er zo uit. Een enkele keer zien we wat bijzonders en dan stappen we even uit voor een foto. De wegen liggen bijna allemaal op een verhoging en lopen wat schuin af. Het is dus zaak te blijven sturen. De bruggen zijn allemaal enkelbaans.

Na een stukje rijden komen we bij de eerste vuurtoren. Hij springt mooi in het zicht door zijn feloranje kleur. Het is de Hvalnesviti vuurtoren van elf en halve meter beton. Ik wist niet dat er aparte vuurtoren ontwerpers waren en ook nog bekende vuurtoren ontwerpers. Axel Sveinsson en Einar Stefansson mogen deze titel dragen en hebben ook deze ontworpen. In 1854 is de vuurtoren gebouwd en in 1982 geëlektrificeerd.

Ook mooi is de bergketen er tegenover. Zo mooi dat ik de drone even uitlaat ondanks dat het nog steeds licht regent. Zo krijg je mooi een ander gezichtspunt. De naam van de berg is me even onduidelijk. Ik lees Eystrahorn maar op de kaart staat een hele andere onuitspreekbare naam. Afijn, hij is er niet minder mooi om.

Onze volgende stop is bij de rode stoel. Een onbekende kunstenaar heeft langs de ringweg op een paar rotsen een rode houten stoel neergezet. Soms is hij weg (waarschijnlijk voor een nieuwe lik verf) maar als wij er langs komen staat hij er wel. Tijd voor een fotosessie.

Het Vikingcafé ligt een stukje van de weg af en is onze sleutel tot de middagpret. Ten eerste weet ik nu dat niet alle wegen in IJsland voorzien zijn van strak asfalt maar dat je soms om de gaten heen moet rijden. Dat doen we de vier kilometer lang tot het café. Hier tikken we eerst een goede koffie en een nog betere worteltjestaart weg. Dan kopen we een kaartje voor het lokale spektakel. Je kunt alles met de auto doen, maar wij lopen liever. Het is een mooi rondje van ongeveer 10 kilometer.

Het kaartje geeft ten eerste recht op een bezoek aan het verlaten vikingdorp. Het is geen authentiek vikingdorp maar een nagebouwde als filmset voor een film die er nooit gekomen is. Het is geheel van aangespoeld drijfhout gebouwd, net als de Vikingen zouden doen want op IJsland zijn (en waren) nauwelijks bomen dus al het hout moest geïmporteerd worden.

De eigenlijke attractie is hier de Vestrahorn (ook wel de Batman mountain genoemd om, voor mij, onduidelijke, redenen). Het is een van de iconische bergen van IJsland en met het kaartje kun je naar een fotogenieke plek rijden. Wij maken een daar een mooie wandeling van waarmee we ook een stuk over het zwarte zand van Stokksnes lopen. De berg is inderdaad een plaatje, vanuit welke hoek je ook kijkt. Ook het zwarte strand is een vreemde gewaarwording omdat we alleen witte zandstranden gewend zijn. Maar het enige verschil met wit zand is de kleur. Het voelt net zo.

We lopen ook nog even naar de bijbehorende vuurtoren die ze ook maar Stokknes hebben genoemd. Niet zo mooi als de oranje maar elke vuurtoren heeft zo zijn charme.

Het is maar een klein stukje naar Hofn waar de camping is. Uiteindelijk rijden we vandaag maar een dikke 100 kilometer. De camping in Hofn is enorm groot en weer maar twee wc’s en één douche per geslacht. We betalen ISK 3600 (€26) en ISK 100 (€0,70) voor de douche. In Hofn is ook een grote supermarkt en daar kom ik erachter dat het bier hier helemaal niet zo duur is als gedacht. Voor een speciaalbiertje is de prijs ongeveer hetzelfde als in Nederland. Zo kunnen we met een prachtig uitzicht op de Vestrahorn, die nu een hoedje op heeft, toch aan het bier en de cider.

Donderdag 26 mei

Ik moet ontzettend wennen aan het tijdsverschil van twee uur. Wat daarbij ook niet meehelpt is dat de zon pas tegen elven onder gaat en om kwart over drie alweer opkomt. En vandaag doet hij dat aan een strakblauwe hemel. Dat bij elkaar maakt dat ik om zes uur al klaarwakker lig en om half zeven al onder de douche sta. Heerlijk rustig en zo kunnen we lekker op tijd op pad want vandaag wordt weer een feestdag met gletsjers, een strand met diamanten, een turf-kerkje en een prachtige wandeling naar een waterval.

Onze eerste stop is pas na 75 kilometer maar het is meteen een hele mooie. Vanuit de verte zagen we hem al liggen, de enorme Vatnajökul gletser in het Vatnajökul nationaal park. Unesco werelderfgoed en de grootste van Europa met drie keer de oppervlakte van Luxemburg. Op sommige plekken wel een kilometer dik en als je de juiste weegschaal zou hebben, dan kom je op een gewicht van 3 triljard ton! Ook is in het park het hoogste punt (Hvannadalshnúkur, 2119 meter) en het laagste punt (een naamloze spleet onder het ijs, 300m onder zee nivo) van IJsland. De grote gletsjer mondt via een aantal gletsjertongen met eigen namen uit in zee. Wij kijken bij de Breiðamerkurjökull gletsjer waar de brokken ijs afkalven in het Jökulsárlón meer en naar zee drijven. Het is een spectaculair gezicht om zoveel ijs te zien. Tussen de schotsen door zien we de zeehonden zwemmen.

We hebben geluk met het zonnige weer waardoor alles er toch net even mooier uitziet. Ook de blauwe tinten van het water en het ijs geven het een speciaal effect. Overigens ging deze gletsjer 75 jaar geleden nog helemaal door naar zee maar door de global warming wordt hij toch steeds wat kleiner. Deze plek is ook het decor geweest voor meerdere films. Het was onder andere te zien in Tombraider en de James Bond film Die Another day. Helaas mag je in het hele Vatnajökul park nergens met de drone vliegen en op dit soort plekken staan er zelfs extra bordjes. In principe hou ik me daaraan (en soms niet, als er toch niemand is).

De brokken die naar zee drijven vallen daar in stukken uit elkaar en spoelen aan op het zwarte strand. Ze noemen dit dan ook Diamond Beach. Het is prachtig om hier rond te lopen en de golven te zien spatten op de stukken ijs. Het lijkt inderdaad of het strand vol ligt met diamanten.

Een klein stukje verderop kijken we ook bij de Fjallsarlon gletsjer. Iets minder spectaculair dan zijn zusje maar ook de moeite waard. Het is minder een toeristische trekpleister dus veel rustiger. Ook hier breken stukken af met donderend geraas maar ze kunnen minder goed naar zee. Daarom zie je er veel meer in het meer drijven en is het meer wat troebeler. Het is hier een stuk kouder dan bij de andere gletsjer.

We zouden hier nog uren kunnen kijken maar dan zouden we wel verkleumd zijn. We rijden door naar Hofskirkja. Dit is een van de meest pittoreske kerkjes van IJsland. In 1884 gebouwd met stenen muren en een dak van turf. Dit dak is helemaal begroeid waardoor er een soort van hobbit-huis ontstaat. Ook het omliggende kerkhof lijkt begroeid met hopen gras. Het is een van de laatste die in deze stijl gebouwd is.

Op tijd gaan we  naar de camping in Skaftafell. Een grote, moderne camping met heel veel plaatsen en mooie faciliteiten. Je hoeft niet te betalen voor de douche en er staat een wasmachine en droger die je gewoon mag gebruiken. En dat voor maar ISK 3250 (€ 23,50) per nacht. De wasmachine zetten we meteen aan, vanavond slaap ik weer in een schone pyjama.

Op de camping nemen we nog even een uurtje om bij te komen. Dan gaan de wandelschoenen weer aan want er is een mooie rondwandeling van zo ‘n 5 kilometer naar de Svartifoss (zwarte waterval). Via een pad tussen de struiken door (er zijn hier geen bomen) klim je een paar honderd meter omhoog en tussendoor krijg je zicht op de watervallen van de Storealur. De Svartifoss is ontegenzeggelijk de mooiste omdat die tussen basaltkolommen naar beneden stort. Deze zeskantige kolommen worden gevormd door het afkoelen van de lava. Het is een inspiratie geweest voor architecten.

Swartifoss

Inmiddels is het vijf uur geweest. De camping begint vol te stromen. Een proces dat overigens vaak tot na tien uur ’s avonds doorgaat. Voor ons is het entertainment want het geeft genoeg te zien.

Vrijdag 27 mei 2022

Omdat de camping zo fijn is, nemen we een extra dag hier om bij te komen van alle indrukken. Er zijn altijd wat klusjes te doen en in de middag maken we nog een wandeling naar de Skaftafellsjökull. Zo zijn we weer helemaal opgeladen voor het volgende traject.

8 gedachten over “IJsland (1)

    • Hans van der Veeke zegt:

      Dat doen we niet. Ik zou de bus helemaal kunnen verduisteren maar we vinden het fijn toch wat natuurlijk licht te hebben.

  1. Liedeke zegt:

    Lijkt wel een filmset… van een onwaarschijnlijke ruwe onaangetaste schoonheid en ruigheid. De namen zijn wel tongbrekers zeg… ik heb het even geprobeerd maar geef het op. Fijn om zo mee te kunnen kijken en lezen wat jullie zoal meemaken.

Leuk als je reageert